Wat is dat?

Wat is dat? Encyclopedie voor jongeren (1938).

Gepubliceerd op 13-08-2019

Wilhelmina

betekenis & definitie

Er zal wel niemand onder onze lezers en lezeressen zijn, die behoeft te vragen, welke Wilhelmina hier bedoeld wordt. Wij hebben allen den tijd gekend, dat alleen maar het zien van onze Koningin in levenden lijve of het horen van Haar stem bij een of andere plechtigheid, ons vrijwel het toppunt leek van menselijk geluk.

Maar ook als wij, al iets ouder geworden, de dingen wat nuchterder bekijken, in het licht van den tegenwoordigen tijd, waarin zovele volksillusies en volkstradities ondergingen en zo vele vorstelijke hoofden hunne kronen verloren, dan nog zien wij de figuur van Koningin Wilhelmina als Oranjevorstin, hecht verbonden met het historisch volksbewustzijn; meer nog:

Zij is door Haar persoonlijke eigenschappen zo eigen aan onzen volksaard, dat men zich Nederland moeilijk kan denken, gescheiden van Oranje.

Ieder kent Haar belangwekkende levensgeschiedenis, hoe Zij op 31 Augustus 1880 werd geboren als dochter van Koning Willem III en Koningin Emma en na een zeer zorgvuldige opvoeding in 1898 geroepen werd den troon te bestijgen. De ogen van ons volk en van de gehele wereld waren destijds vol genegenheid gericht op de tengere gestalte van het 18-jarige, bloeiende koningskind, dat toentertijd bij de inhuldiging op 6 September 1898 in de Nieuwe Kerk te Amsterdam de eerlijke, toegewijde woorden sprak: „Oranje kan nooit, neen, nooit genoeg voor Nederland doen.” De genegenheid, in dezen enkelen zin vervat, was geen phrase. H. M. heeft het Nederlandse volk, zijn historie en zijn beschaving waarlijk lief. Dit blijkt ook vooral uit de bijzondere gevoeligheid en voornaamheid, waarmede H. M. onze taal zowel in woord als geschrift machtig is.

Die liefde vormt ook, na Haar Christelijk geloof, waarvan Zij gaarne getuigt, den waren grondslag van Haar plaats in het volksbewustzijn en in ons Staatsbestel. Gebonden door en aan de Grondwet, is de Koningin tijdens Haar langdurige regering niet te sterk op den voorgrond getreden, maar ieder kan weten, dat Zij steeds de trouwe Landsmoeder is geweest, Die in moeilijke ogenblikken, wanneer ons volk een moment zichzelf had verloren, door een zuivere gedachte, een helder, krachtig, bemoedigend woord, dat volk weder tot bezinning bracht. Nog niet zoo heel lang geleden bij de grootse huldiging van H. M. in het Stadion te Amsterdam ter gelegenheid van haar 35-jarig regeringsjubileum, in een woeligen tijd, toen het volksgemoed werd beroerd door tegenstrijdige stromingen van binnen- en buitenlandsen oorsprong, sprak onze Koningin de eenvoudige woorden: „Wij willen onszelf zijn en blijven.” Deze woorden, onder die omstandigheden gesproken, waren van de hoogste betekenis; zij konden alleen worden gesproken door iemand, die weet, dat ons volk een onvervreemdbaar eigen karakter bezit! En bij de verloving en het huwelijk van Prinses Juliana met Prins Bernhard; de geboorte van Prinses Beatrix blijkt telkens weer, welk een grote plaats Zij in het hart van het Nederlandse volk inneemt; hoe dankbaar het is in deze, voortreffelijke Vorstin zijn hoogste idealen als vrouw, moeder, grootmoeder te zien openbaar worden; hoe sterk en veilig het zich voelt in onze zwaar geladen dagen en sterk gespannen verhoudingen rondom Haar als symbool van Hollands eenheid.

In het begin van Haar regering nam de jonge Koningin de gehele wereld, buiten het Britse imperium, voor zich in door het fiere gebaar, waarmede Zij het machtige Engeland braveerde, toen Zij in 1900 president Kruger aan boord van de „Gelderland” naar Europa liet overbrengen.

Hetzelfde jaar.werd Hare verloving met hertog Hendrik van Mecklenburg, den lateren Prins der Nederlanden, bekend, met wien Zij in 1901 in het huwelijk trad. In het hoofdstuk over Prinses Juliana hebben wij verteld van de vreugde in ons land, toen uit dit huwelijk een prinses geboren werd.

Vóór den Wereldoorlog en ook daarna tot de crisis, is de regeringstijd van Koningin Wilhelmina in het algemeen een gelukkige periode geweest, waarop ten slotte de zwarte schaduw van de crisis viel. Ouderen weten, hoe de Koningin in de benauwde oorlogsjaren met ons volk heeft meegeleefd, hoe Hare Kerstgroeten in dien bangen, donkeren tijd in vele bezorgde harten een heldere lichtstraal brachten. In November 1918 scheen een kleine minderheid de hand te willen uitstrekken naar den koninklijken troon, maar de „bedreiging” bleek weldra een „vergissing” en moest ijlings het hazenpad kiezen voor de geweldige reactie van trouw en aanhankelijkheid uit de massa van het volk, die de positie van H. M. in den nieuwen tijdkring weder bevestigde.

De tegenwoordige jeugd weet niet veel van de jongste jaren van onze Koningin. Velen denken, dat H. M., omdat Zij in 1890 vaderloos en zonder broertjes of zusjes, alleen met Koningin Emma achterbleef, wel een zonloze en trieste jeugd moet hebben gehad; — niets is minder waar.

Koningin Emma, de wijze Regentes, heeft als Haar hoogste taak beschouwd, Haar kind een uitnemende opvoeding te geven. Zij gaf de jonge prinses al zeer jong les in naaien en Bijbelse geschiedenis. Aan orde en stipte regelmaat werd Wilhelmina vroeg gewend, zonder dat Haar te veel vrijheid benomen werd. In Haar zesde jaar kwam de opvoeding van het koningskind in handen van een hofdame, baronnesse van Heemstra, bijgestaan door een Engelse gouvernante, miss E. Saxton Winter, die met het grootste deel van de opvoedingstaak werd belast. De eerste lessen kreeg het prinsesje van den heer F.

Gedeking, hoofd ener Openbare lagere school te ’s Gravenhage. In die jaren waren Haar voornaamste liefhebberijen: tekenen, tuinwerk, het maken van knutselwerkjes voor de ziekenhuizen, en fijne handen borduurwerken. Terwijl Koningin Emma meer hield van porseleintekenen en musiceren, legde Wilhelmina zich op de schilderkunst toe.

Als kind was zij ook een enthousiast kookster; Zij kookte zelf en gebruikte dan de groenten uit haar eigen tuintje.

In Haar negende jaar werd het onderwijs der Prinses met verschillende vakken uitgebreid en op Haar 14de jaar werden geleidelijk verscheidene hoogleraren in het leerplan betrokken. Dr.

F. Kramer doceerde algemene geschiedenis, dr. P. T. Blok vaderlandse historie, dr. F.

Kan aardrijkskunde, dr. J. de Louter staatsrecht en staathuishoudkunde. Dr. E. F. Kosmann gaf Haar les in Hoogduits, dr.H.

Blink in cosmografie, prof. F. Krämer en dr. P. Hofstede de Groot in kunstgeschiedenis, dr. H. van der Stadt in natuurkunde, dr.

G. J. van der Flier in Bijbelse geschiedenis, I. Stortenbeker in pianospelen en later brachten luit.-generaal Kool en Schout-bij-nacht Stokhuyzen Haar de vereiste militaire kennis bij. Een buitengewoon veelzijdige, grondige opleiding.

Toch werd ook aan de ontspanning van de gezonde, levenslustige prinses de nodige aandacht besteed. Daarvan heeft Haar gouvernante, miss Saxton Winter, later allerlei aardige bizonderheden verteld in een boekje „Toen de Koningin Prinsesje was”. „Iedere week,” schrijft miss Winter o.a., „werden een of meer middagen gewijd aan het ontvangen van kinderen van leden der hofhouding, der diplomatie en der Nederlandse aristocratie. Op deze middagen ging het vrolijk toe en waren ongedwongen scherts en lustig gestoei aan de orde van den dag. Er werd geen onderscheid des persoons in acht genomen en al de kleine gasten hadden volle vrijheid om te spelen met ieder stuk speelgoed, waar zij maar zin in hadden. En zo werden deze middagen tot een uitstekende en volkomen natuurlijke oefenschool, om in de kleine Prinses te ontwikkelen de neiging, om anderen genoegen te doen, een neiging, die Koningin Emma zo gaarne in Haar kind zag. In een paar ineenlopende kamers met weinig meubels waren spelletjes als blindemannetje, verstoppertje, ballen, enz. heerlijk uitvoerbaar, en het plezier van het hele troepje, de ongedwongen omgang en de uitroepen van vrolijkheid, die weerklonken, maakten op ieder, die toekeek, indruk...” Wilhelmina hield bijzonder veel van dieren; Zij had o.a. een paar geitjes, een groot kippenhok en vier Shetlandse pony’s.

Zij was kundig in den tuinbouw en Zij vond het heerlijk om op Zondagmorgen uit het wortelbed de dikste wortels te trekken en die dan op een kruiwagen naar de stallen te brengen, om zelf haar lievelingspaarden te voeren. Eén eiland in den grootsten vijver van het park van het Loo had voor de Prinses een geheimzinnige aantrekkingskracht. Het was het eiland van de gevaarlijke ontdekkingstochten, Indianenschermutselingen, Zigeunerkampen, pic-nics enz.

Boven een vuurtje werden dan aardappelen gebraden, waarbij het een kwestie van eer was, om ze verrukkelijk te noemen en met geen woord te reppen van den vreselijken rooksmaak.

Wat later kreeg de Prinses een „chalet”, een speciaal voor Haar gebouwd klein huisje. „Er waren,” vertelt miss Winter, „verscheidene kamertjes in, waaronder een keuken en een provisiekamer. Deze keuken was een verrukkelijk oord, keurig ingericht met alle mogelijke benodigdheden, die voor den knapsten kok niets te wensen zouden overgelaten hebben. Het aardige fornuis van witte tegeltjes, met koper gemonteerd, waarboven planken, prijkend met een voorraad glimmende potten en pannen — karakteristiek voor een Hollandse keuken — was voldoende, om zelfs de zielen der oningewijden te verlokken om de edele kookkunst eens te gaan beproeven. De leidende gedachte bij de inrichting van het chalet was geweest, dat de jonge Koningin nu ook in Haar eigen huis gastvrijheid zou kunnen uitoefenen, en voor dit doel waren een volledig eet- en theeservies, kristallen glazen, karaffen enz. aangeschaft.

Om een bekwame kookster te worden, moest natuurlijk, als in alle vakken, eerst een zekere leerschool doorlopen worden, enige heerlijke kooksels moesten mislukken en handen en gezicht geschroeid en gebrand worden. Dit alles moet achter den rug zijn, voordat de leerlingen kunnen verwachten, dat hun pogingen om een biefstuk te bakken of een omelet klaar te maken, naar behoren zullen worden gewaardeerd. Tenminste zo verging het de Koningin en mij. Hoewel wij ons met groten ijver op de nieuwe kunst toelegden, en door onze verschillende gewrochten gedurende hun onderscheidene stadiums van verandering gedurig te proeven, ons telkens vergewisten van hun voortreffelijkheid en ons succes, deden later de gasten weinig anders dan afkeuren en uitlachen. Maar niettegenstaande dat alles wisten wij met behulp van de onuitputtelijke vindingrijkheid der Koningin, ons tenslotte een uitstekenden naam te verwerven ten opzichte van de lekkernijen, die in het chalet vervaardigd werden...” Wij hebben miss Winter zo uitvoerig geciteerd, om je duidelijk te maken, dat onze Koningin wel verre van een sombere en eenzame jeugd, integendeel een vrolijke kindsheid vol afwisseling heeft gehad. Dit verklaart ook, waarom H.M. in Haar hoge en afgezonderde positie tot op heden zo natuurlijk en echt menselijk blijven kon.