Gepubliceerd op 20-01-2021

Delft

betekenis & definitie

Gemeente in Zuid-Holland, grenst ten n.o. en z.o. aan de gemeente Vrijenban en ten z.w., w. n w. aan de gemeente Hof van Delft, beslaat een oppervlakte van bijna 560 bunder, en bevat, behalve de stad Delft en hare voorsteden, meest weiland, belioorende tot verschillende polders (Wippolder, Noordpolder van Delfgauw, Bieslandsche polder, Abtswouderpolder enz.)

De stad Delft, aan de Schie, tusschen Schiedam en Den Haag, aan de spoorlijnen Amsterdam—Den Haag—Rotterdam (station 71 km. van Amsterdam, 8 km. van Den Haag, il km. van Schiedam, 16 km van Rotterdam) en Den Haag—Delft, beiden van de Hollandsche spoorwegmaatschappij, en aan de tramlijn Delft—Den Haag, wordt van het nw. naar het z.o. door vele grachten doorsneden, is in den vorm van een vierhoek geb., en had in 1899 als gemeente 31,582 inw.; onder de openbare gebouwen zijn merkwaardig het voormalig St. Agathaklooster, sinds 1572 het Prinsenhof geheeten, later in twee deelen gesplitst, waarvan het eene tot kazerne is ingericht, en bekend als de plaats waar 10 Juli 1584 prins Willem I van Oranje door de hand van Balthasar Gerardsz. den dood vond; verder het ruime, in 1618 gebouwde stadhuis, met vele schilderwerken van beroemde meesters; de in gothischen stijl opgetrokken Oude of Hypolituskerk, omstreeks het midden der 13de eeuw begonnen, met een 90 meter hoogen toren met spitsen, sterk overhellenden top, en herinneringsmonumenten voor Piet Hein, M. Harpertsz Tromp, den natuurvorscher van Leeuwenhoek, de echtgenoote van Marnix van St Aldegonde, Elizabeth; de Nieuwe of Ursulakerk, thans evenals de vorige van de hervormde gemeente, in 1381 aangevangen, omstreeks een eeuw later voltooid, met een beroemd klokkenspel en de grafkelder van het huis Oranje en vele praalgraven, als dat van prins Willem I, het werk van Hendrik de Keijser, op kosten der Unie uitgevoerd, vervaardigd v. zwarten toetssteen en zwart marmer; van het beeldhouwwerk munt uit de Faam, een metalen gevaarte, dat slechts op één punt, een der teenen, rust; een ander praalgraf is dat van Hugo de Groot, die 10 April 1583 te Delft geboren werd, en voor wien te D. in 1886 ook een bronzen standbeeld werd opgericht. De van witte zandsteen gebouwde, ruim 64 meter hooge toren der Nieuwe kerk werd 29 Sept. 1872 zwaar door den bliksem geschonden Na de opheffing in 1900 van de Indische instelling te D. tot opleiding van indische ambtenaren heeft D. aan inrichtingen van onderwijs een gymnasium, verder de Polytechnische school, in Nederland de hoogste inrichting voor middelb. onderwijs, opgericht in 1864, bestemd tot opleiding van industrieelen of technologen die een grootere mate van theoretische en praclische kennis moeten bezitten dan aan een hoogere burgerschool met 5-jarigen cursus kan worden verkregen, en verder voor hen die zich willen bekwamen tot civiel ingenieur, bouwkundig ingenieur of architect, scheepsbouwkundig ingenieur, werktuigkundig ingenieur, mijn-ingenieur enz. (1900: 25 hoogleeraren, 8 leeraren, 30 assistenten, 714 leerlingen waarvan 652 voor den vollodigen cursus, 72 diploma’s uitgereikt, nl. 8 van technoloog, 35 van civiel-ingenieur, 26 van werktuigkundig ingenieur, 3 van mijn-ingenieur), en voorts een gemeentelijke hoogere burgerschool met 5-jarigen cursus. D. is zetel van het arrondissement Delft (omvattende de gemeenten Berkel, Delft, ’s Gravenzande, Hof van Delft, de Lier, Loosduinen, Monster, Naaldwijk, Nootdorp, Pijnacker, Rijswijk, Schipluiden, Stompwdjk, Veur, Voorburg, Vrijenban, Wateringen, Zegwaard, Zoetermeer) van het district ’s Gravenhage der tweede inspectie van het Lager onderwijs Te D. is een consulair ambtenaar van Chili gevestigd. De stad heeft een kantongerecht en is zetel van het tweede kanton van het arrondissement ’s Gravenhage, welk kanton zijn rechtsgebied uitstrekt over de gemeenten Berkel, Delft, Hof van Delft, de Lier, Monster, Naaldwijk, Nootdorp, Pijnacker, Stompwijk, Vrijenban, Wateringen, Zegwaard, Zoetermeer. Delft heeft in garnizoen (1901) het eerste bataljon van. het vierde regiment infanterie, en is de zetel van de directie der artillerie-inrichtingen; er zijn verder een militair hospitaal, stapelmagazijnen, constructiewerkplaatsen, de vuurwerkerij van het wapen der artillerie. Delft is ook de zetel van een dekenaat met 14 parochiën van de kerkprovincie Nederland van het roomschkatholiek kerkgenootschap. De bewoners worden in de personeele belasting aangeslagen volgens den grondslag der 4de klasse. Delft, in de 17de en eerste helft der 18de eeuw europeesch vermaard om zijn aardewerkfabrikage, welke industrie thans, naeenlangtijdperk van verval, weder eenigermate tot bloei is gekomen, is meer een fabrioks- dan een handelsstad (gist- en spiritusfabriek op coöperatieven grondslag, enz.); het schijnt in den aanvang der llde eeuw te zijn ontstaan en wordt voor de eerste maal in 1062, onder de regeering van graaf Floris I vermeld.

Geschiedkundige herinneringen:

1072, D. krijgt van hertog Godfried met den Bult vestingmuren.
1246, D. krijgt van Willem II rechten eener vrije gemeente, die in 1268 door Floris V worden bevestigd.
1304, De Vlamingen lijden bij D. een groote nederlaag tegen de Hollandschen.
1359, D. wordt gedurende 10 weken door hertog Aalbrecht van Beieren belegerd, omdat het tegen hem in opstand was gekomen; het onderwerpt zich.
1389, D. krijgt van Aalbrecht van Beieren vergunning tot den aanleg van een haven naar de Maas, hetgeen aanleiding geeft tot het ontstaan zijner voorstad Delfshaven.
1536, (15 Mei) Groote brand, die de stad voor een goed deel verwoest.
1572, (26 Juli) Delft verl. de Spaansche zijde.
1584, (10 Juli) Willem I van Oranje door Balthasar Gerardsz doodgeschoten.
1600—20, De eerste fabrieken voor aardewerk te D. opgericht
1654, (12 Oct.) Een groot deel der stad door het springen van een kruittoren verwoest.
1672, (Juni) D. wordt tijdens de binnenlandsche onlusten door visschers van Maassluis en boeren van het Westland overrompeld.
1847, (31 Mei) Het spoorwegverkeer met Den Haag en Rotterdam geopend.
1886, Bronzen standbeeld van Hugo de Groot onthuld

< >