Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Gepubliceerd op 06-09-2018

2018-09-06

Grammatica

betekenis & definitie

GRAMMATICA, v. (-’s), spraakkunst, spraakleer.

GRAMMATICAAL, bn. bw. de spraakleer betreffende hij schrijft grammaticaal, overeenkomstig de taalregelen;
— (muz.) grammaticaal accent, het accent van het woord.
GRAMMATICUS, m. (...ei), spraakkunstschrijver of -geleerde.