Wat is de betekenis van grammatica?

2019
2023-01-28
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

grammatica

grammatica - Zelfstandignaamwoord 1. (grammatica) een systeem van regels en principes voor het schrijven en spreken van een taal Synoniemen spraakkunst, spraakleer Verwante begrippen syntaxis

Lees verder
2018
2023-01-28
Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

grammatica

grammatica - zelfstandig naamwoord uitspraak: gram-ma-ti-ca 1. de taalregels van een taal ♢ in de Nederlandse grammatica hoort het onderwerp bij de persoonsvorm Zelfstandig naamwoord: gram-ma-ti-ca de grammatica...

Lees verder
2007
2023-01-28
logopedie

Logopedisch Lexicon

Grammatica

(o.), syn. spraakkunst; de verzameling van alle regels van een taal en de uitzonderingen daarop; de beschrijving van het taalsysteem van een bepaalde taal; descriptieve ~ de beschrijving of het model van de ‘inwendige’ grammatica die elke spreker van de taal bezit; prescriptieve ~ een grammatica die voorschrijft hoe men zou moeten spre...

Lees verder
1994
2023-01-28
Vreemde woorden

Woordenboek vreemde woorden

Grammatica

[Lat. - (ars) = taalkundige (kunst), Gr. grammatikè, van gramma = letter, geschrift, van graphein = schrijven] spraakleer, -kunst; leerboek daarvan.

1993
2023-01-28
Vreemd Nederlands

Jan Meulendijks

Grammatica

(grammatika) spraakkunst

1951
2023-01-28
Italiaans

Woordenboek Italiaans (IT-NL) 1951

grammatica

spraakkunst.

1950
2023-01-28
Groot woordenboek der Nederlandse taal

Nederlands woordenboek (7e druk - 1950)

Grammatica

(Gr.-Lat.), v. (-’s), 1. spraakkunst, spraakleer ; 2. boek waarin een spraakleer behandeld is.

Lees verder
1949
2023-01-28
De Kleine Winkler Prins

Encyclopedie van A tot Z - 1949

Grammatica

(Gr. gramma, letter), spraakkunst,

1937
2023-01-28
Koenen woordenboek 1937

M. J. Koenen's Verklarend handwoordenboek

grammatica

v. grammatica's (Gr.-Lat. [v. Gr. gramma = letter]: spraakkunst).

1933
2023-01-28
Iedereen

Encyclopedie voor Iedereen

Grammatica

→ Spraakkunst.

1930
2023-01-28
Jozef Verschueren

Modern Woordenboek (1930-1961)

grammatica

enz. → grammatika enz.

1916
2023-01-28
Oosthoek 1916

Nederlandse encyclopedie, uitgegeven van 1916-1925.

Grammatica

Grammatica - zie SPRAAKKUNST.

1908
2023-01-28
Zuiveraar

De kleine Zuiveraar

Grammatica

spraakleer, spraakkunst.

1898
2023-01-28
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Grammatica

GRAMMATICA, v. (-’s), spraakkunst, spraakleer. GRAMMATICAAL, bn. bw. de spraakleer betreffende hij schrijft grammaticaal, overeenkomstig de taalregelen; — (muz.) grammaticaal accent, het accent van het woord. GRAMMATICUS, m. (...ei), spraakkunstschrijver of -geleerde.

Lees verder
1870
2023-01-28
Winkler Prins 1870

Nederlandse encyclopedie

Grammatica

zie Spraakleer.