Van Alexander tot Zeus

Door Eric Moormann & Wilfried Uitterhoeve

Gepubliceerd op 08-03-2017

Spartacus

betekenis & definitie

Spartacus, uit Thracië, volgens sommigen van koninklijken bloede, was verbonden aan de palaestra (worstelschool) van een zekere Lentulus in Capua. Met enkele tientallen andere gladiatoren kwam hij in 73 v.C. in opstand. Deze beweging kon snel om zich heen grijpen door de bijval van de zijde van de slaven, die aan een buitengewoon harde behandeling waren onderworpen en vaak buiten hun schuld in deze toestand waren geraakt. Hij trok met het voortdurend groeiende aantal medestanders door Campanië en versloeg de door Rome uitgezonden legers onder leiding van de twee consuls Lentulus en Gellius. Het slavenleger trok door heel Italië en ging zelfs een bondgenootschap aan met opstandige Galliërs in de Po-vlakte.

De grote successen moeten, ondanks waarschuwingen van Spartacus tegen de jacht op buit en verzwakking van de discipline, tot grotere kwetsbaarheid hebben geleid. Uiteindelijk kon
de praetor Crassus (later lid van het driemanschap met Caesar en Pompeius) in 71 bij Petelia in Zuid-Italië de overwinning behalen. Sparta-cus kwam volgens de meeste schrijvers in deze veldslag om; zijn overlevende medestanders werden langs de weg van Brindisi naar Rome gekruisigd.

Sommige auteurs uit de oudheid, onder wie Plou-tarchos in zijn Crassus-biografie, tonen enige bewondering voor Spartacus’ moed, zijn waarschuwingen tegen de jacht op buit en zijn veldheer-schap, en maken de vergelijking met Hannibal, die er na de slag bij Cannae immers ook in was geslaagd het land in de greep van terreur te hou-den. Bij Cicero echter en een eeuw later bij Lucanus is Spartacus een boeman.

Vanaf het einde van de 18e eeuw gaat Spartacus vooral in Duitsland een rol spelen in politieke en literaire discussies. Lessing noemt hem in 1770 ‘Verfechter der Menschenrechte’. We kennen rond 1800 een treurspel Die Patrizierin van Voss en stukken van Grillparzer (fragment) en Lingg. Veel succes had de roman Prusias 1883 van Eckstein. ‘Spartakus’ was niet toevallig de schuilnaam van Karl Liebknecht; de slavenleider gaf zijn naam ook aan de door Liebknecht en Rosa Luxemburg in 1916 gestichte Spartakusbund. Marx had hem al, in brieven aan Engels, gekenschetst als een representant van het antieke proletariaat. Door Lenin werd hij in een postuum in 1930 gepubliceerd geschrift over de staat gevierd als de grote aanvoerder van de slavenopstanden die het Romeinse systeem op zijn grondvesten deden schudden. In 1932 en daaropvolgende jaren verkondigde Stalin dat de slavenopstanden moesten worden gezien als factor in de opheffing van de antieke productiewijze. In de communistische wereld bleef Spartacus dan ook een geliefd symbool van de opstand tegen de bezittende klasse: zo draagt de voetbalclub van Praag zijn naam en verschenen in de ddr in de jaren ’50 ten minste drie werken over de vrijheidsheld: een roman van Fast 1951, een verhaal van Günther 1956 en een roman van Schumann 1959.

De opera Spartaco van Foroni/Peruzzini 1851 voor de Scala in Milaan moest vanwege de censuur worden herdoopt en omgewerkt tot I Gladiatori. Tijdens het Risorgimento genoot Spartacus een uitgesproken aanzien, getuige een toen populaire roman van Giovagnoli 1874. Koestler publiceerde als politieke balling in 1939 de Engelstalige roman The Gladiators. Heden ten dage hoort Spartacus ook tot de ‘gay icons’.

In de beeldende kunst is Spartacus niet erg belangrijk. In de Tuilerieën staat een bronzen beeld van Barrias 1871 (replica 1890 in de Ny Carlsberg Glyptotek Kopenhagen). Katsjatoerian componeerde in 1955 muziek voor een Spartacus-ballet. Kubrick maakte in 1960 een Spartacus-film, waarin de slavenleider tegenover de door Crassus belichaamde, verdorven Romeinse elite naar voren treedt als een nobel mens.