Van Alexander tot Zeus

Door Eric Moormann & Wilfried Uitterhoeve

Gepubliceerd op 08-03-2017

Perseus

betekenis & definitie

Perseus was de zoon van Danaë en Zeus; voorvader van Herakles. Argos’ koning Akrisios had van een orakel te horen gekregen dat hij zou sterven door de hand van een zoon van zijn dochter Danaë. Hij had haar daarom opgesloten in een bronzen of ijzeren toren, waar Zeus echter in de vorm van een gouden regen in wist door te dringen om aldus Danaë zwanger te maken.

Akrisios wilde zich van moeder en kind ontdoen, sloot hen op in een houten kist en gaf hen prijs aan de golven. Danaë en de kleine Perseus werden bij het eiland Seriphos gered door de vis-ser Diktys. Perseus groeide op in diens huis en moest als jongeman zijn moeder verdedigen tegen Polydektes, koning van dit kleine eiland en broer van de zachtmoedige en eenvoudige Diktys, om-dat deze zich aan Danaë wilde opdringen.

Polydektes zon op een middel om van Perseus af te komen zonder de hand aan hem te slaan. Hij legde het zo aan dat zijn onderdanen hem ter gelegenheid van een voorgenomen huwelijk als geschenk paarden toezegden en dat Perseus, die met lege handen stond, hem moest beloven het hoofd van de verschrikkelijke Medousa (Gorgo-nen) buit te maken, een onderneming die hem, naar men mocht aannemen, het leven zou kosten.

Op advies van Athena en Hermes begeeft Perseus zich eerst naar drie oude godinnen, de ‘Graiai’: Enyo, Pephredo en Dino. Deze drie doch-ters van de zeegod Phorkys beschikken samen over slechts één oog, dat ze beurtelings dragen. Bij een onderlinge overhandiging grist Perseus dit ene oog weg en geeft het hun pas terug nadat ze hem de weg hebben gewezen naar de nimfen, die hem zullen voorzien van enkele essentiële uitrustingsstukken: de gevleugelde sandalen waarmee hij naar het verre land zal kunnen vliegen waar Medousa en de twee andere Gorgonen hui-zen; het hoofddeksel van Hades dat de drager on-zichtbaar maakt; en de buidel waarin het hoofd van Medousa zal kunnen worden opgeborgen. Hermes verschaft hem ook nog de harpe (een scherp mes met een weerhaak aan één zijde), en Athena een schitterend, spiegelend schild. Perseus kan aldus de ogen vermijden van Medousa, wier blik de getroffene doet verstenen. Hij vangt de weerspiegeling in het schild en scheidt het hoofd van de romp. Hij ontkomt aan de achtervolgende Gorgonen-zusters, met medeneming van het hoofd van Medousa, wier blik ook na de onthoofding zijn verstenende werking behoudt. Op zijn terugreis zou hij volgens bepaalde bronnen in strijd zijn gekomen met de Titaan Atlas en het Medousa-hoofd hebben gebruikt om hem te doen verstenen tot een gebergte.

Vervolgens komt hij in Ethiopië, geregeerd door het koningspaar Kepheus en Kassiopeia. Deze Kassiopeia had zich erop laten voorstaan mooier te zijn dan de Nereïden. Op verzoek van de Nereïden zond Poseidon het land een verwoes-tende stormvloed, alsmede een enorme zeeslang die mens en dier verslond. Het ondier zou zich slechts terugtrekken als de dochter van het konings-paar, Andromeda, aan hem zou worden geofferd. Bij aankomst van Perseus is Andromeda al aan een rots in zee geketend. Perseus wordt verliefd op haar en is bereid ten strijde te trekken tegen het zeemonster, op voorwaarde dat hij haar als vrouw zal krijgen. Dankzij zijn gevleugelde sandalen kan hij op het monster neerstrijken, het doden en Andromeda bevrijden. Voordat hij kan trouwen, moet hij nog afrekenen met een oom van het meisje, Phineus, die oudere aanspraken op haar doet gelden. Perseus haalt het hoofd van de Medousa uit de zak tevoorschijn en doet hem zo verstenen.

Hij maakt opnieuw van dit wapen gebruik wanneer hij, teruggekeerd op Seriphos, moet vaststellen dat Diktys en Danaë ernstig worden bedreigd door Polydektes, die zich nu met geweld van Danaë meester wil maken. Hij installeert Diktys op de troon van Seriphos en keert terug naar zijn vaderland Argos. Het Medousa-hoofd stelt hij Athena ter hand, die het op haar schild zal dragen. Akrisios, nog steeds beducht voor de voltrekking van de profetie volgens welke hij door de hand van de zoon van Danaë zal vallen, neemt bij de nadering van Perseus de wijk naar het land van de Pelagiërs. De profetie gaat echter toch in vervulling, want Perseus neemt nadien in dat land deel aan lijkspelen en zijn discus treft de als toeschouwer aanwezige Akrisios dodelijk.

Omdat hij bezwaarlijk als opvolger van de door hem gedode Akrisios de troon van Argos kan bestijgen, ruilt hij met een neef, Megapenthes, het koningschap over Argos tegen dat over Tiryns. Naar de lotgevallen van Perseus wordt reeds verwezen door Hesiodos en Pindaros. Andromeda-tragedies van Sophokles en Euripides zijn verloren gegaan, en op enkele fragmenten na ook een satyrspel van Aischylos, dat het ronddobberen van Danaë en Perseus op zee tot onderwerp had. In een bewaard gebleven fragment van een threnos (klaagzang) van Simonides van Keos (556 – na 476) uit Danaë haar jammerklachten over dit rondzwalken. Uitvoerige vertellingen hebben we van Ovidius en Apollodoros. Ovidius verhaalt hoe uit het gestolde bloed van het door Perseus gedode monster het bloedkoraal is ontstaan.

Reeds in de 7e eeuw v.C. verschijnt Perseus op keramiek als doder van de Medousa. Tot in de Romeinse tijd blijft de voorstelling populair, ook op wandschilderingen en Etruskische spiegels. Athena komt pas vanaf ca. 430 voor, terwijl zij de held de wapens overhandigt. Soms wordt dat door Hermes of door de nimfen gedaan. In de 4e eeuw zien we de twee, terwijl zij het hoofd van de Medousa bekijken door dit in een plas water te spiegelen. Voorstellingen in de beeldhouwkunst (vrijstaand of in reliëf) zijn niet bekend. Andere elementen, bijvoorbeeld Danaës verblijf op Seri-phos, zijn zeldzaam.

De edele held, bestrijder van het kwaad, hel-per van de verdrukten, leeft in de literatuur en het theater van de nieuwe tijd vooral voort in bewerkingen van het Andromeda-motief: toneelstukken van o.a. Sachs 1558, Calderón 1680, P. Corneille 1650 en Kingsley 1859. In de 17e en 18e eeuw zijn er tal van opera’s over Perseus en Andromeda: Giacobbi/Campeggi 1610, Charpentier 1682 (naar Corneille), Lully/Quinault 1682, een reeks op basis van een libretto van Cigna-Santi met werken van o.m. Paisiello 1774 en Gazzaniga 1775, voorts opera’s zowel van J. Haydn 1770 als M. Haydn 1787. Het thema leeft opnieuw op tegen het einde van de 19e eeuw, met opera’s van P. Maurice/M. Maurice 1899 en daarna Ibert/Laforgue 1929. De onthoofding van Medousa komt wat minder voor: opera’s van Gervais/Boyer 1697 en Massenet/Carré 1870 (fragment) en balletten van Hahn 1911 en Dukas 1912 (eveneens slechts een fragment).

Ook in de beeldende kunst van de nieuwe tijd gaat het meestal om de bevrijding van Andromeda. In de strijd met het monster zit Perseus soms op de rug van het gevleugelde paard Pegasos, zulks conform beschrijvingen in de Ovide moralisé en Boccaccio’s De genealogiis deorum gentilium 1350-60. De strijd met het monster of de bevrijding van Andromeda uit haar ketenen is uitgebeeld door o.a. Piero di Cosimo ca. 1510, Peruzzi ca. 1511 in de Villa Farnesina te Rome, Titiaan ca. 1562, Tintoretto 1555, Vasari ca. 1570, Wtewael o.m. ca. 1615, Rubens ca. 1638-40, Charles-Antoine Coypel 1727 en Mengs ca. 1775, in later tijd herhaaldelijk door Delacroix tussen 1850 en 1860, door Moreau tussen 1865 en 1885, door Fantin-Latour tussen 1896 en 1904 en Redon omstreeks 1908, voorts eenmaal door o.a. Leigh-ton 1888 en Beckmann 1940-41 in een triptiek. Claude Lorrain verwijst in zijn schilderij Perseus en de oorsprong van het koraal 1674 naar het verhaal van Ovidius.

De bewapening van Perseus door Athena en Hermes is geschilderd door Bordone ca. 1545-55. Bourdon beeldhouwde in 1637-47 de bevrijding van Andromeda door Perseus, gezeten op Pega-sos. Puget maakte in 1684 voor het park te Versailles een Perseus/Andromeda-groep, die zich nu in het Louvre te Parijs bevindt.

Het thema is in ons land rond 1600 populair in de prentkunst (o.a. Goltzius 1583 en Saenredam 1601). Mogelijk is het dan een toespeling op de Spaanse dreiging en de bevrijding daarvan, zoals ook blijkt uit de titel van een gedicht van Duym 1606 over prins Maurits, Een Nassausche Perseus, verlosser van Andromeda ofte de Nederlantsche Maeght. Op een pronkschild voor de Haar-lemse schutterij (Frans Hals Museum aldaar) uit het begin van de 17e eeuw verzinnebeeldt Andromeda de Nederlandse Maagd, van de Spanjaarden bevrijd door de prinsen van Oranje. Van Collenius ca. 1700 is er een schilderij met de bevrijding in de Menkemaborg te Uithuizen. Rembrandt ca. 1630-31 (Mauritshuis Den Haag) schildert de geboeide Andromeda alleen.

Een bekend standbeeld van Perseus met het hoofd van de Medousa is dat van Cellini ca. 1550: dit beeld in de Loggia dei Lanzi te Florence is mogelijk een lofprijzing aan het adres van Cosimo i als redder van het volk. Andere beelden van Perseus, met of zonder het hoofd van de Medousa, kennen we van Canova 1801 en Alfred Gilbert 1882.

In combinatie met andere Perseus-scènes wordt een enkele maal afgebeeld hoe Perseus Phineus en de zijnen doet verstenen: bijv. Signorelli ca. 1499-1504 in de dom te Orvieto, Annibale Carracci ca. 1597-1604 in het Palazzo Farnese te Rome en Giordano 1680.

Perseus-cycli zijn er onder meer van Perino del Vaga e.a. tweede kwart 16e eeuw (de Perseus-zaal in de Engelenburcht te Rome), Becerra ca. 1562 (plafondschildering in het paleis El Pardo bij Madrid) en Burne-Jones ca. 1890 (bedoeld voor een huis in Londen, maar niet voltooid, en nu in acht panelen in de Staatsgalerie Stuttgart).