Horn-effect betekenis & definitie

Het Horn-effect treedt op wanneer mensen naar aanleiding van een waargenomen eigenschap of kwaliteit, er vanuit gaan dat ook andere eigenschappen of kwaliteiten aanwezig zullen zijn. Het wordt ook een negatieve cognitieve bias genoemd, omdat men iemand negatief beoordeeld op basis van een/enkele eigenschap(pen) of waarneming(en).

Het Horn-effect werd voor het eerst beschreven in 1920, naar aanleiding van het empirische onderzoek van wetenschapper Edward Thorndike (1874-1949). Hij ontdekte dat bij het observeren van mensen één enkele waargenomen eigenschap kon leiden tot het inschatten van een volledig karakter. Dit zorgt voor een zogenaamde bias: een vooringenomenheid die tot vooroordelen leidt over iemands karakter. Deze bias kan zowel negatief als positief zijn. In het geval van het Horn-effect is deze negatief. Onbewust is een volgende stap in het Horn-effect dat een waarnemer opzoek gaat naar eigenschappen die deze eerste indruk en vooringenomenheid bevestigen. In zijn onderzoeksrapport schreef Thorndike dat mensen grove inschattingsfouten maakten op basis van enkele waargenomen situaties of eigenschappen.

Als gevolg van het Horn-effect zijn mensen eerder geneigd om negatief tegen iemand aan te kijken. Een helpende hand bieden zit er niet in en als fouten gemaakt worden, wordt het vaker aan de persoon dan aan de situatie gewijd.

Binnen HRM is het Horn-effect met name van toepassing bij een sollicitatiegesprek. De vooringenomenheid leidt dan tot het niet geschikt achten van een kandidaat voor een bepaalde functie. Bij een slechte eerste indruk heeft een sollicitant dus minder kans op het verkrijgen van de baan.

De term ‘’horn’’ is in dit geval afgeleid van het Engelse woord ‘’horn’’, dat duivelshoorn betekent. Het tegenovergestelde van het Horn-effect is het Halo-effect.