Neet betekenis & definitie

kale (nakende) neet, iemand zonder geld; schooier; armoedzaaier.

Reeds opgetekend bij Bredero (‘Gaet heen, jy kalen neet’). Een neet was vroeger in de volkstaal het zinnebeeld van kaalheid. Volgens het WNT was kale neten te Amsterdam een scheldwoord voor ‘behoorlijk gekleede jongens, jongeheeren’. Synoniemen zijn (waren)\ kale jakhals, rot, vink. Iemand die kaal is of pas naar de kapper is geweest, wordt ook wel eens uitgescholden voor kale neet. Een rare vent of meid noemt men in het Bargoens dan weer een rare neet.

Jou versoope kaele neet, Jou luisenek. (A. Alewijn, Beslikte Swaantje en Drooge Fobert, of de Boere Rechtbank. Blyspel, 1715)

Nakende neet datje bent! (Piet Bakker, Ciske de rat, 1941)

ik bezocht een nette en dure school aan de Prinsengracht, waar Frans werd geleerd en klompendragers niet toegelaten werden. Die op klompen noemden ons de kale neten. (Maurits Dekker, Amsterdam bij gaslicht, 1949)

Laatst bijgewerkt 06-06-2017