kloothannes, kloothommel, klootjavaan, klootjoris, klootjurk, klootviool betekenis & definitie

misselijk persoon. -hommel, -javaan, -viool enz. worden aan een oud scheldwoord zoals kloot (dat anders aan kracht verliest) gewoon toegevoegd ter versterking. De uitbreidende elementen voegen niets toe aan de betekenis van het woord. Ze zijn dan ook vaak willekeurig gekozen. Oorspronkelijk gaat het hier om scheldwoorden van de marine (zie Onze Taal, september 1988, p. 127). Ze worden eveneens vermeld door Salleveldt (1980, onder zeiklijster). Er bestaat ook een werkwoord kloothannesen (vermeld door Ginneken): ‘Och korporaal, kom hier, ’t lijkt gewoon nergens naar, je staat daar maar te kloothannesse, je moet zélf je escouade nagaan, dat is mijn werk niet’, en een variant klootviolen (klooien, knoeien, alles fout doen), erg populair onder mariniers.

‘Kloothommel!’ piepte de jongen, met een dichtgeschroefde stem. (Boudewijn van Houten, De ontgroening, 1971)

Tot ineens de slimme Gertrud Mandelbaum de betrokkene in de oren gilde: ‘Klootjurken! Het is helemaal geen bloed! Het zijn ingemaakte kersen!’ (Willy van der Heyde, Orgie in een failliete kroeg. Gepubliceerd in De Nieuwe Clercke, 28/08/1977)

Hé, stomme klootviool, heeft De Beer je piel afgezaagd? (Hans Hoenjet, De Wraakengel, 1989)

Laatst bijgewerkt 16-05-2017