halfgebakken betekenis & definitie

onnozel iemand; sul. Eigenlijk: iemand die niet gaar gebakken is.

Jou schurfde Pry! jou Kamer-kat!... jou half-gebakkenl... Jou Hoer! (De Gewaande Weuwenaar, met het Bedroge Kermiskind. Blyspel, 1709)

Halfgebakken, sul, kwast die zijn vijf zinnen niet heeft. (Amaat Joos, Waas Idioticon, 1900-1904)