cabernet franc betekenis & definitie

In de Bordeaux meestal gebruikt in een blend met zijn jongere broertje cabernet sauvignon en merlot. Hij maakt de cabernet sauvignon milder en de merlot wat voller.

Maar in de Franse Loire en het Hongaarse Szekszárd wordt dat druif al eeuwenlang gebruikt voor cépagewijnen, dus wijn van 100% cabernet franc.

De cabernet franc geeft subtiele rode wijnen. Ze zijn zachter dan cabernet sauvignon, met minder tannines en meestal een fijnere textuur. Vaak heeft wijn van de cabernet franc aroma’s van rijpe frambozen en potloodslijpsel, naast aardse tonen die soms aan groene paprika doen denken.

Hoewel de cabernet franc de basis is van de Cabernet-familie, staat hij in de schaduw van de de veel bekendere cabernet sauvignon. Omdat hij het goed doet in koelere klimaten en minder zon en warmte nodig heeft dan de cabernet sauvignon, is hij in de Bordeaux vaak als een verzekeringsdruif aangeplant. Valt de zomer tegen, dan vangt de cabernet franc de matige cabernet sauvignon-oogst op.

In de Loire heeft de cabernet franc juist een hoofdrol. Vooral in Chinon en Bourgueil worden misschien wel de mooiste cépagewijnen van dit ras geproduceerd.
En ook in het Noord-Italiaanse Friuli, Hongarije, Libanon en in koelere delen van de Nieuwe Wereld (Canada, noorden van Californië, Australië) is de cabernet franc veelvuldig aangeplant.

Van het ras wordt niet alleen rode wijn gemaakt, maar ook rosé. Voorheen gebeurde dit eigenlijk alleen maar in de Loire, maar tegenwoordig wordt de cabernet franc ook in de Bordeaux en in het zuiden van Frankrijk voor rosé gebruikt. Het zijn krachtige, volle donkerroze wijnen met een wat boerse, kruidige smaak.

Laatst bijgewerkt 05-09-2015