merlot betekenis & definitie

Merlot is een blauw druivenras dat zeer populair is voor het maken van rode wijn. De druif staat tegenwoordig over de hele wereld aangeplant. Over het algemeen is wijn van deze druif zacht, fruitig en kruidig.

De merlot is een van oorsprong traditioneel druivenras van de Franse Bordeaux-streek. Merlot en cabernet sauvignon zijn de twee belangrijkste druiven van dat gebied. Merlot staat voornamelijk aangeplant op de rechteroever van de Garonne rond Saint-Emilion en Pomerol. De merlot is iets groter en heeft een dunnere schil dan de cabernet sauvignon. Merlotwijnen zijn over het algemeen sappiger en soepeler dan die van de cabernet sauvignon, met minder tannine.Daardoor zijn ze vaak makkelijker en jonger te drinken.

Dit wereldwijd aangeplante druivenras is in geur en smaak vooral te herkennen aan kersen, bessen en pruimen. Het zijn gulle wijnen met veel smaak.Ook aroma's en smaken als zwarte bessen, bramen, pruimen, chocola, truffel en tabak zijn vaak terug te vinden.

Merlot laat zich makkelijk combineren. Het past bij zowel rood als wit vlees, zoals kip. Ook past het goed bij veel pastagerechten en zelfs stevige vis als tonijn.

Buiten Frankrijk is Californië een belangrijke producent van merlotwijn. In de jaren zeventig kwam men tot de ontdekking dat merlot het niet alleen goed deed in een assemblage naar het Franse model. Een merlot als cépagewijn, dus wijn gemaakt van merlot alleen, bleek ook zeer de moeite waard te zijn.
Verder wordt er merlot geproduceerd in Italië (vooral in het Noord-Oosten), Zuid-Afrika, Nieuw-Zeeland, Australië en Zuid-Amerika, met name in Chili.

Merlot is een zeer productief ras, bij een te hoge productie wordt de wijn dun en oninteressant.

Laatst bijgewerkt 26-01-2015