Gepubliceerd op 21-06-2017

2017-06-21

Naatje (pet/met de pet)

betekenis & definitie

waardeloos; van geen betekenis; slecht.

Nog steeds populair, vooral in jongerenkringen: het eten is weer naatje! Ook het is natemetaat en zeg Uwes maar Naatje (verouderde Amsterdamse uitdr.) ‘noem me maar geen mevrouw of juffrouw’; bij uitbreiding ‘maak maar geen complimenten’. De herkomst is niet zeker, al kan het woord refereren aan het in 1856 opgerichte monument op de Dam (een vrouwenbeeld, voorstellende de Eendracht der Hollandse Natie), door Amsterdammers Naatje genoemd. Maurits Dekker in Amsterdam bij gaslicht (ongedateerd): ‘In de tijd waarover ik thans schrijf, ongeveer omstreeks 1910, vond men hier echter nog wel het “Monument van de Volkswil 1830” of het “Een- drachtsbeeld”, door iedereen familiaar Naatje genoemd.’ Het beeld moest in 1914 plaats ruimen voor de tram. Volgens Endt en Frerichs zouden de letters NATIE in de opschriften door weinig spellingvaste voorbijgangers als NATJE zijn gelezen, waardoor de link werd gelegd met naadje ‘vrouwelijk geslachtsdeel’, met ontsnappingsmogelijkheid naar het onschuldige (Mi)naatje. Tegelijkertijd ontkrachten de auteurs die stelling door een zekere H. Brug- mans te citeren, die weet te melden dat naatje al veel eerder in de volkstaal werd gebruikt.

Zie ook schijt aan blonde/dronken Naatje hebben. Maar één ding is zeker, wat jullie tussen je benen hebt hangen stelt helemaal niets voor, dat is helemaal naatje! (L.F. Céline: Reis naar het einde van de nacht, vertaling E.Y. Kummer, 1968)

Volgens AbvaKabo-bestuurder C. Vrins is het management bij de FNV zelfs ‘naatje pet’. (De Volkskrant, 20/01/90)

‘Ach jongen, hier zit toch niks bij,’ stelt de een. ‘Ja die meiden van FI zelf, maar voor de rest is het naatje.’ (HP/De Tijd, 29/11/91)

Degelijk auditief en visueel werk, maar niets bijzonders. Naatje pet is ‘Best of Berlin Inde- pendence Days ’88.’ (Oor, 02/05/92)

‘Dit is natuurlijk naatje pet’, zegt keurmeester J. Schoones over een speeltuin aan de Hudsonlaan in Eindhoven. (De Volkskrant, 24/07/93)