Oosthoek 1916

Nederlandse encyclopedie, uitgegeven van 1916-1925.

Gepubliceerd op 19-01-2019

Zaak

betekenis & definitie

Zaak - Zaken in rechtskundigen zin zijn alle goederen en rechten, die een bestanddeel van het vermogen kunnen uitmaken (art. 656 B. W. zegt minder juist: welke het voorwerp van eigendom kunnen zijn). Al hetgeen door natrekking tot een zaak behoort, daaronder begrepen de vruchten (zoowel natuurlijke als vr. van nijverheid), zoolang ze tak- of wortelvast of aan den grond gehecht zijn, maakt een gedeelte der zaak uit (art. 656 B. W.). De burgerlijke vruchten worden alleen geacht een deel der zaak uit te maken, zoolang ze niet opeischbaar zijn (art. 557 B. W.). — Zaken worden onderscheiden in :

1. lichamelijke en onlichamelijke ;
2. roerende en onroerende ;
3. zaken in en buiten den handel;
4. deelbare en ondeelbare ;
5. al of niet vervangbare ;
6. al of niet verbruikbare ;
7. tegenwoordige en toekomstige ;
8. hoofd- en bijzaken (voor de laatste zie art. 556 B. W.);
9. hoofd- en hulpzaken.



Zie ook ALGEMEENHEID

VAN ZAKEN. — Onder zaak (affaire) verstaat men ook een bedrijf of onderneming. In deze beteekenis omvat zij al hetgeen volgens bestemming van den eigenaar tot uitoefening daarvan dient of volgens verkeersopvatting daarvoor noodig is. Overdracht eener zaak kan al of niet de vorderingen en schulden omvatten. Zie omtrent de positie van schuldeischers en schuldenaren bij overdracht CESSIE en DELEGATIE.