Wat is de betekenis van ZAAK?

2019
2021-09-20
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

zaak

zaak - Zelfstandignaamwoord 1. een term waarmee een ding of een voorstelling van de geest aangeduid wordt die geen persoon is Dit is een vervelende zaak. 2. iets dat men te behartigen heeft, een aangelegenheid, affaire Wij behartigen uw zaak altijd....

Lees verder
2018
2021-09-20
Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

zaak

zaak - zelfstandig naamwoord 1. plaats waar men iets maakt of doet om geld te verdienen ♢ Arie heeft een eigen zaak 1. zaken doen [het sluiten van overeenkomsten] 2. geduld is e...

Lees verder
2017
2021-09-20
Kadaster

Woordenboek van het Kadaster.

Zaak

Een zaak is een voor menselijke beheersing vatbaar stoffelijk object

2000
2021-09-20
Basisboek Recht

Basisboek Recht

Zaak

Het voor menselijke beheersing vatbaar stoffelijke object.

1992
2021-09-20
Hoofdlijnen Nederlands Recht

Hoofdlijnen Nederlands Recht

zaak

Voor menselijke beheersing vatbaar stoffelijk object. Dit valt uiteen in roerende en onroerende zaken.

1973
2021-09-20
Oosthoek Encyclopedie

Nederlandse encyclopedie

zaak

v./m. (zaken), 1. ding, voorwerp: hij pakte zijn zaken bijeen, spullen; (ook fig.): geduld is zulk een schone —; zaken, rechten (e); 2. aangelegenheid: dat is een van gewicht; aangelegenheid van belang; een — afhandelen; orde op zaken stellen; bemoei je met je eigen zaken, steek je neus niet in wat wij bespreken of doen; dat is niet ie...

Lees verder
1952
2021-09-20
Frysk Wurdboek

Friesch woordenboek

Zaak

s., saek; (bedrijf), affear(en) (it); (ding), saek, ding (it); een lelijke —, in mâl, raer spul, in rare aksje, grap; een vreemde —, in frjemdichheit, nuverichheit; een gewichtige —, in swierwichtich stik; weten hoe de zaken staan, witte hoe’t de sinne omgiet, hoe’...

Lees verder
1950
2021-09-20
Groot woordenboek der Nederlandse taal - 1950

Nederlands woordenboek (7e druk)

Zaak

v. (...zaken), 1. zeer algemene term waarmee men een ding of een voorstelling van de geest aanduidt die geen persoon is; het begrip is ruimer dan voorwerp, omdat het ook op onstoff. begrippen wordt toegepast: zelfstandige naamwoorden zijn de namen van personen of zaken; stoffelijke en onstoffelijke zaken ; geduld is zulk een...

Lees verder
1949
2021-09-20
De Kleine Winkler Prins

Kleine Winkler Prins van A-Z

Zaak

(1), alles wat voorwerp van recht kan zijn; (2) onderneming, waarin een bedrijf wordt uitgeoefend.

Lees verder
1933
2021-09-20
Katholieke Encyclopaedie

25 delen, uitgegeven 1933-1939. Uitgeverij Joost van den Vondel te Amsterdam.

Zaak

= handelsonderneming, bedrijf. Voor het recht, zie ➝ Handelsnaam; Handelsregister. Zie ook ➝ Goed.

Lees verder
1916
2021-09-20
Oosthoek 1916

Nederlandse encyclopedie, uitgegeven van 1916-1925.

Zaak

Zaak - Zaken in rechtskundigen zin zijn alle goederen en rechten, die een bestanddeel van het vermogen kunnen uitmaken (art. 656 B. W. zegt minder juist: welke het voorwerp van eigendom kunnen zijn). Al hetgeen door natrekking tot een zaak behoort, daaronder begrepen de vruchten (zoowel natuurlijke als vr. van nijverheid), zoolang ze tak- of wortel...

Lees verder
1910
2021-09-20
Handelslexicon

Handelslexicon (1910) door J. Hagers

Zaak

Zaak - (boekh.) een geheel van bezittingen en schulden, dat met zeker doel in het leven geroepen is. Zie J. Hagers, Koopmansboekhouden. deel I.

1898
2021-09-20
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

ZAAK

ZAAK, v. (...zaken), gerechtszaak, proces, rechtsgeding : iemands zaak verdedigen; eene rechtvaardige zaak voorstaan; de zaak komt morgen voor; de zaak is voor den rechter gebracht; men kan, mag geen rechter in zijn eigen zaken zijn; een advocaat zijne zaken in handen geven; — aangelegenheid, bezigheid : hij is stipt in zijne zaken, hij doet...

Lees verder
1898
2021-09-20
J.V. Hendriks

Handwoordenboek van Nederlansche Synoniemen 1898

Zaak

zie Aangelegenheid, zie Ding.