Oosthoek 1916

Nederlandse encyclopedie, uitgegeven van 1916-1925.

Gepubliceerd op 12-01-2019

Octrooi

betekenis & definitie

Octrooi. Patent. Onder den naam van o. worden krachtens de Octrooiwet van 7 November 1910, Stb. 313, gewijzigd 15 Januari 1921, Stb. 15, aan hem, die een nieuw voortbrengsel, een nieuwe werkwijze of een nieuwe verbetering van een voortbrengsel of van een werkwijze heeft uitgevonden op zijn aanvrage bij den Octrooiraad te ’s-Gravenhage uitsluitende rechten toegekend (artt. 1 en 13 der wet), n.l. om 1) het voortbrengsel, waarvoor o. is verleend of het voortbrengsel met de geoctrooieerde verbetering in of voor zijn bedrijf te vervaardigen, in het verkeer te brengen, verder te verkoopen, te verhuren, af te leveren of voor een of ander in voorraad te hebben of wel te gebruiken; 2) de geoctrooieerde werkwijze of verbetering van een werkwijze in of voor zijn bedrijf toe te passen, of de stof, volgens die werkwijze of met toepassing van die verbetering bereid, in of voor zijn bedrijf in het verkeer te brengen, verder te verkoopen, te verhuren, af te leveren of voor een of ander in voorraad te hebben of wel te gebruiken (art. 30). Voortbrengselen, werkwijzen of verbeteringen worden alleen dan niet als nieuw aangemerkt, wanneer zij door een beschrijving of op een andere wijze reeds van voldoende openbare bekendheid kunnen zijn om door een deskundige vervaardigd of toegepast te kunnen worden (art. 2). De bepalingen van de Octrooiwet zijn verder uitgewerkt in het Octrooireglement, vastgesteld bij K. B. van 15 Dec. 1914, Stb. 599, laatstel. gew. 9 Juli 1919, Stb. 471. —Zie ook INDUSTRIEELE EIGENDOM.