Oosthoek 1916

Nederlandse encyclopedie, uitgegeven van 1916-1925.

Gepubliceerd op 13-12-2018

2018-12-13

Conventie

betekenis & definitie

Conventie - (Lat. conventio, van convenire = samenkomen, overeenkomen)

1) samenkomst 2) overeenkomst.
1) Samenkomst van de vertegenwoordigers van een volk of partij, vaak gebruikt in tegenstelling met de geordende bijeenkomsten. In de Engelsche geschiedenis verstaat men onder Conventie een zonder koninklijk bevelschrift bijeengekomen parlement, zooals in 1660, toen Karei II op den troon werd hersteld, of in 1689, toen Willem III en Maria tot koning en koningin van Engeland werden uitgeroepen op den vacant verklaarden troon. Op gelijke wijze noemt men Nationale Conventie (zie FRANKRIJK, G e s c h.) de Vergadering, die van Sept. 1792 tot Oct. 1795 Frankrijk bestuurde, en spreekt men in Amerika van de „Constitutioneele Conventie” van 1787, die de grondwet der Unie samenstelde; „constitutioneele conventies” noemt men eveneens de bijeenkomsten, die in de afzonderlijke staten de grondwet opstellen of aan herziening onderwerpen. Ook de groote partijen der Republikeinen en Democraten in de Vereenigde Staten hebben hun conventies, waarin de candidaten voor het presidentschap en het vice-presidentschap worden aangewezen.
2) In dezen zin wordt het woord gebruikt voor niet-politieke verdragen („conventies” in tegenstelling tot „tractaten”); zij regelen aangelegenheden van post en telegrafie, handelsmerken en patenten, enz. De Latijnsche Munt-Unie werd gevormd in 1865 door de Conventie van Parijs; bij de Conventie van Brussel, 1902, werden de premies op de suikerproductie afgeschaft. Zie ook BERNER CONVENTIE. Ook spreekt men van conventies, wanneer men bijzondere overeenkomsten wil onderscheiden van het hoofdverdrag. Zoo kende de Duitsche en de Noordduitsche Bond zijn „Militärkonventionen” tusschen Pruisen en andere leden van den Bond.