Afstand betekenis & definitie

Afstand - 1) (wisk.), a. tusschen twee punten: de lengte van de rechte verbindingslijn.

b. tusschen twee, hetzij evenwijdige, hetzij kruisende lijnen: de lengte van de gemeenschappelijke loodlijn.
c. tusschen twee evenwijdige vlakken: de lengte van de gemeenschappelijke loodlijn.
d. de sferische a.: de afstand tusschen twee punten op den bol, gemeten langs den grooten cirkel, die beide punten verbindt.
2) geodetische a., zie GEODETISCHE LIJNEN.
3) van een schip (abandon). Volgens art. 321 van het Wetb. v. K. is de eigenaar van een schip of zijn de mede-reeders, elk naar evenredigheid van zijn aandeel, voor de handelingen en verbintenissen van den schipper aansprakelijk, in alles wat tot het schip en de onderneming betrekking heeft. Deze aansprakelijkheid houdt echter op door den afstand van het schip en van de daarmede verdiende en nog te verdienen vrachtpenningen voor de onderneming, waartoe de handelingen en verbintenissen betrekkelijk zijn. Die afstand, ook wel abandon genoemd, geschiedt door eene verklaring bij notarieele akte. Elk mede-reeder wordt van de aansprakelijkheid ontslagen door gelijken afstand van zijn aandeel in den bovengemelden vorm vervat.

Indien de eigenaar of de mede-reeders hun belang in het schip of in de vrachtpenningen hebben doen verzekeren, is hunne aanspraak op den verzekeraar onder dezen afstand niet begrepen (artt. 321, 322, 443 K.). Afstand heeft ten gevolge, dat de aansprakelijkheid van den eigenaar of mede-reeder voor de handelingen en verbintenissen van den schipper wordt beperkt tot schip en vracht. Eigendom gaat niet over. Met gelijk gevolg kan ieder mede-reeder voor de handelingen en verbintenissen van den boekhouder afstand doen van zijn aandeel in het schip en in de verdiende en nog te verdienen vrachtpenningen voor de onderneming, waartoe de handelingen en verbintenissen betrekkelijk zijn (art. 335 K.). De inlader kan in geen geval de goederen voor de vracht abandonneeren. Echter kunnen vaten, met vloeibare stoffen gevuld geweest en gedurende de reis geheel of bijna ledig geloopen zijnde, voor de vracht, avarij en onkosten worden geabandonneerd (art. 497 K.)

4) der huwelijksgemeenschap. De in eenige gemeenschap van goederen gehuwde vrouw kan bij ontbinding dier gemeenschap van haar aandeel afstand doen, waardoor zij zoowel tegenover de schuldeischers der gemeenschap als tegenover haar man van alle schulden der gemeenschap is ontslagen, behalve, ten opzichte der schuldeischers, van hare vóór-huwelijksche schulden en van de schulden, door haar als openbare koopvrouw aangegaan. Zij behoudt recht op het linnengoed en de kleeren tot haar lijf behoorende. — Eenige overeenkomst, waarbij zij het recht, afstand te doen, zou opgeven, is nietig (art. 187 B.W.). De vrouw, die van het recht wil gebruik maken, moet binnen een maand ter griffie der rechtbank eene verklaring afleggen (188 B. W., 814 Rv.). Haar recht, afstand te doen, gaat verloren, indien zij zich de goederen der gemeenschap heeft aangetrokken, tenzij dit betrof daden van eenvoudig beheer of tot behoud dier goederen (191 B.W.). Ook verliest zij het recht, indien zij goederen der gemeenschap heeft weggemaakt of verduisterd (192 B.W.). — Ook aan de erfgenamen der vrouw komt het recht toe. Zie verder artt. 187-193, 208, 539, 2026 B.W.
5) het neerleggen eener waardigheid, zie ABDICATIE.
6) afstand van instantie, zie INSTANTIE.