Wat is de betekenis van Afstand?

2019
2022-01-17
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

afstand

afstand - Zelfstandignaamwoord 1. de ruimte die zich ergens tussen bevindt Van hier naar de noordpool is een behoorlijke afstand. 2. ~ doen van iets: geen aanspraak meer doen op eigendomsrechten, schenken, doneren, cessie, geven, afstaan Het meisje deed m...

Lees verder
2018
2022-01-17
Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

afstand

afstand - zelfstandig naamwoord uitspraak: af-stand 1. ruimte tussen twee plaatsen of dingen ♢ welke afstand hebben jullie gelopen? 1. je moet een beetje afstand nemen [er niet meer zo druk mee bez...

Lees verder
2017
2022-01-17
Kadaster

Woordenboek van het Kadaster.

Afstand

(Synoniem voor: Doorhaling) Een doorhaling is het machtigen van de bewaarder tot een doorhaling van een hypotheek of een beslag door een inschrijving van een verklaring van waardeloosheid op een inschrijving van een hypotheek of een beslag in de openbare registers.

2017
2022-01-17
Wielrenners

Jargon & Slang van Wielrenners

Afstand

Afstand - 'met afstand': met een duidelijke voorsprong. 'Iemand op afstand zetten': een duidelijk voorsprong nemen op. Beide uitdrukkingen zijn van Vlaamse origine, maar raken langzamerhand ook ingeburgerd in de Nederlandse wielertaal. De man die met afstand als beste Nederlandse klimmer te boek stond, mocht nota bene genieten van de anonimiteit de...

Lees verder
2017
2022-01-17
Digischool

Begrippenlijst toerisme

Afstand

De afstand tussen twee plaatsen gemeten in kilometers, reistijd en kosten.

2008
2022-01-17
Atletiek- en turnwoordenboek

Atletiek- en turnwoordenboek door Jan Luitzen

afstand

(de; en) LO - looponderdeel van een zekere lengte, bv. de 1.500 m, 100 m horden.

1998
2022-01-17
Woordenboek van populaire uitdrukkingen

Marc De Coster ©, 1998

Afstand

met - met grote voorsprong; duidelijk; verreweg; met groot verschil. Deze uitdr. stamt uit de sportverslaggeving, waar ze werd gebruikt m.b.t. een (overduidelijke) overwinning. Wellicht ontleend aan het Duits, waar sportverslaggevers de uitdr. mitAbstand al sinds ca. 1920 gebruiken (Klipper). Reinsma 1984 vermeldt enkel de sportbet. Teg. echter in...

Lees verder
1952
2022-01-17
Frysk Wurdboek

Friesch woordenboek

Afstand

s., ôfstân, distânsje; korte —, hoannestap; lange — om te reiken, rik; de — vermindert snel (bij lopen), it rint hurd oan; zich op een — houden, jin tobek hâlde; (het afstaan), ôfstân; als huurder — van iets doen, eat opdrage; geen...

Lees verder
1950
2022-01-17
Groot woordenboek der Nederlandse taal - 1950

Nederlands woordenboek (7e druk)

Afstand

m., 1. (bijb. dicht.) het laten varen van een voornemen, een handeling of een gezindheid : afstand van ongerechtigheid'; 2. de handeling waarbij men een bezit of een aanspraak opgeeft, het laat varen : hij schrikt van een testament, als ware het een voorbarige afstand van zijn goed; — inz. met betr. tot macht of regering:...

Lees verder
1949
2022-01-17
De Kleine Winkler Prins

Kleine Winkler Prins van A-Z

Afstand

kortste verbinding tussen twee punten. In een plat vlak is dat de rechte lijn die de punten verbindt, op een bol (de aarde) is dat het kleinst bevatte stuk van de grote cirkel die door de punten gaat.

1937
2022-01-17
Koenen

M. J. Koenen's Verklarend handwoordenboek

afstand

m. afstanden (1 de daad van afstaan inz. het laten varen v. e. voornemen, aanspraak, recht enz.; 2 de lengte van de rechte lijn, die twee punten verbindt, de kortste weg tussen twee punten, plaatsen, ruimten): 1. afstand doen van de regering; afstand doen van bezittingen enz.; (rechtst.) afstand van een klacht; 2. een grote afstand afleggen; op ee...

Lees verder
1916
2022-01-17
Oosthoek 1916

Nederlandse encyclopedie, uitgegeven van 1916-1925.

Afstand

Afstand - 1) (wisk.), a. tusschen twee punten: de lengte van de rechte verbindingslijn. b. tusschen twee, hetzij evenwijdige, hetzij kruisende lijnen: de lengte van de gemeenschappelijke loodlijn. c. tusschen twee evenwijdige vlakken: de lengte van de gemeenschappelijke loodlijn. d. de sferische a.: de afstand tusschen twee punten op den bol, gemet...

Lees verder
1910
2022-01-17
Handelslexicon

Handelslexicon (1910) door J. Hagers

Afstand

Afstand - (cessie). Afstand van goederen of vorderingen. Zie Acte van cessie en Cessie.

1898
2022-01-17
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

AFSTAND

m. (bijb. dicht.) het laten varen van een voornemen, eene handeling of eene gezindheid afstand van ongerechtigheid; — den eigendom of het bezit van of wel de aanspraak op iets laten varen hij schrikt van een testament, als ware het een voorbarige afstand van zijn goed, in den daarop volgenden morgen werd Napoleon een enkel uur tijd gegeven om...

Lees verder
1870
2022-01-17
Winkler Prins 1870

Nederlandse encyclopedie

Afstand

Deze is gelijk aan de lengte der regte lijn, die twee voorwerpen verbindt. Eenigzins anders is het, wanneer men van den afstand spreekt van dorpen en steden. In dit geval geldt de lengte van den weg, die twee zulke plaatsen vereenigt, hoe hij ook kronkelen moge, en men drukt dien afstand doorgaans uit in uren gaans van 20 in een graad op den evenaa...

Lees verder