Oosthoek Encyclopedie

Nederlandse encyclopedie

Gepubliceerd op 17-06-2020

positie

betekenis & definitie

[→Fr.], v. (-s),

1. houding, stand van het lichaam: de van iemand op de evenwichtsbalk; (ballet) term voor de vijf basisstanden van de voeten (e);
2. (fig.) innerlijke houding: — nemen, kiezen, zijn houding bepalen, partij kiezen;
3. plaats, ligging (zoals bepaald door of ten opzichte van andere punten): de van een ster; zijn bepalen (op zee);
4. (muziek) de ligging van de linkerhand bij het bespelen van strijkinstrumenten: de posities op de viool zuiver hebben; m.n. de tweede en verdere posities: hij moet nu aan de posities beginnen; 5. in zwangere toestand: vrouwen in —;
6. (fig.) geheel van omstandigheden waarin iemand zich geplaatst ziet; toestand, gesteldheid, staat: in een moeilijke, lastige verkeren; wat zoudt u doen in mijn ? termijn van levering: naar latere posities was weinig vraag; stand van een rekening: b.v. kaspositie;
7. plaats die iemand inneemt ten opzichte van zijn medemensen, maatschappelijke stand: een hoge —; betrekking, ambt: een goede bij het Rijk.

(e) De Franse balletmeester C.L.Beauchamps noteerde de volgende posities:

1. de naar buiten gedraaide voeten vormen met de hielen tegen elkaar een rechte lijn;
2. zoals de eerste positie, maar met een ruimte tussen de hielen van één voetlengte;
3. de naar buiten gedraaide voeten staan zodanig voor elkaar, dat de hiel van de ene voet het midden van de andere voet raakt;
4. de naar buiten gedraaide voeten staan, een voetlengte van elkaar gescheiden, zodanig parallel, dat de tenen van de ene voet zich tegenover de hiel van de andere bevinden;
5. zoals de vierde positie, maar met de voeten tegen elkaar gesloten.