Oosthoek Encyclopedie

Nederlandse encyclopedie

Gepubliceerd op 27-06-2020

Kentucky

betekenis & definitie

(afk. Ky), staat in de VS, begrensd door Illinois, Indiana, Ohio, West-Virginia, Virginia en Missouri; 105000 km2, 3219000 inw. (7,5 % negers).

Hoofdstad: Frankfort. FYSISCHE GESTELDHEID. Reliëf en afwatering. De bodem, die van oost naar west daalt van 1244 m tot 77 m, behoort in het oosten tot het Appalachen Plateau. Hoogste punt is de Black Mountain (1244 m). Op dit plateau ligt de Cumberland Gap, een historisch nationaal park. Het bergland bevat steenkool. Het noordoosten is heuvelachtig, het noorden is vlak.

Het centrum van Kentucky is een golvend heuvelland met karstverschijnselen (Mammoth Cave National Park, Colossal Cave). Het westen is een zacht golvend terrein, met moerassen langs de Mississippi. In het zuiden ligt het Pennyroyal Plateau.Kentucky ligt in het stroomgebied van de Mississippi, met de rivieren Ohio, Lickning, Kentucky, Green, Tradewater, Cumberland, Tennessee, Big Sandy, Rolling Fork. Het Tennessee Reservoir is een 300 km lang meer; parallel loopt het Lake Barkley, deel van het Tennessee Valley Authority project. Tussen deze meren ligt een 68000 ha groot recreatiegebied.

Klimaat. De zomers zijn warm en vochtig, de winters koel. De gemiddelde temperatuur in Louisville (140 m hoog) is in juli 25,6 °C, in jan. 1,7 °C; neerslag ca. 110 cm/jaar.

Flora. Bossen bedekken 42 % van de bodem, m. n. loofwoud en in de hogere bergstreken naaldwoud. In de omgeving van Lexington ligt een 3000 km2 weidegebied, kern van de ‘bluegrass region’. BEVOLKING. Er is een geringe bevolkingsgroei. Uit de verarmde gebieden (steenkolendepressie) trekken velen weg. Binnen de staat deed industrialisatie de stedelijke bevolking toenemen (tot 52 %). Grote steden zijn Louisville (362000 inw.), Lexington (108000 inw.), Covington (52000 inw.) en Owensboro (50000 inw.).

Bij de 28 instellingen voor hoger onderwijs zijn twee universiteiten, te Lexington (1865) en te Frankfort (1783).

ECONOMIE. Kentucky is in de VS bekend door zijn Burley-tabak, bourbon-whisky en volbloed paarden. De industrie is het voornaamste bestaansmiddel.

Landbouw en veeteelt. De gemiddelde grootte van de 125000 agrarische bedrijven is ca. 50 ha. Kentucky produceert na Noord-Carolina de meeste tabak (198 mln. kg) in de VS. Maïs wordt in de hele staat verbouwd, verder zijn hooi, sojabonen, tarwe, fruit van belang. Bij de rundveeteelt is vooral melkvee van belang. Het hoge kalken fosfaatgehalte van de granen in de ‘bluegrass region’ geeft de renpaarden een licht en sterk beendergestel.

Mijnbouw. De mijnbouw omvat vooral steenkolen, verder aardolie, aardgas, natuursteen. Mechanisatie en automatisering van de mijnbedrijven brachten werkloosheid.

Industrie. Industrialisatie werd bevorderd door aanwezigheid van krachtbronnen en grondstoffen: steenkolen, aardolie, aardgas, hydro-elektriciteit van het Tennessee-project, landbouwgewassen, veeteeltprodukten. Aan de Ohio liggen de belangrijke industriesteden. Voornaamste produkten zijn: voedingsmiddelen, dranken (whisky vanaf 1790, Bourbon County) , tabakswaren, lederwaren, kleding, metaalwaren, transportmiddelen, hout, machinerieën, verf, vernis, kunstmest, plastics, synthetische rubber, elektrische apparaten, meubelen.

GESCHIEDENIS. De Appalachen hebben lange tijd een natuurlijke westgrens gevormd voor de Atlantische kuststrook. Vanaf 1673 kwamen kolonisten Kentucky in. In 1763 verbood Engeland, ter bescherming van de pelshandel met Indianen, blanke kolonisatie ten westen van de Appalachen. Het Engelse verbod negerend, stimuleerden maatschappijen kolonisatie in Kentucky. In 1775 waren er nederzettingen in Harrodsburg en Boonesboro. Kentucky, dat in 1776 deel van Virginia was, werd in 1792 een staat van de VS.

Kentucky was sterk betrokken in de oorlogen met Engeland (1812) en Mexico (1846-48). In de Burgeroorlog (1861 — 65), was het officieel neutraal.