Oosthoek Encyclopedie

Nederlandse encyclopedie

Gepubliceerd op 27-06-2020

geval

betekenis & definitie

o. (-len),

1. voorval, iets dat iemand overkomt: het veroorzaakte grote ontsteltenis; een vreemd 2. gesteltenis, toestand waarin iemand ten gevolge van wat hem overkomt geraakt: maar nu moesten wij terug en dat was een moeilijker —; het ligt zo, het is nu eenmaal zo, er is niets meer aan te veranderen; in uw zou ik het nooit doen, in uw plaats; ik ben (ik verkeer) in hetzelfde of hetzelfde is met mij het ik verkeer in diezelfde omstandigheden;
3. omstandigheid in betrekking tot andere; voorkomende omstandigheid: in dat is het gezin brodeloos; ik doe het in geen —; in — van nood, wanneer de nood ertoe dwingt; voor het — dat, als de (genoemde) mogelijkheid zich voordoet;
4. de bijzondere omstandigheden waarin een algemeen verschijnsel plaatsheeft: een taalwet, die in een groot aantal bijzondere gevallen van toepassing is; indeze gevallen is door de wet niet voorzien; het uitbreken van een ziekte bij een bepaald persoon, ziektegeval: de dokter werd geroepen voor een ernstig van cholera;
5. toeval: het wilde, dat hij dezelfde naam droeg; bij — (thans aaneengeschreven); bij toeval; (ook) wellicht, soms.