Reserveer nu mijn nieuwste boek

Transcriptie betekenis & definitie

Proces waarbij door RNA-polymerase een enkelstrengs RNA-molecuul gemaakt wordt met een nucleotidevolgorde complementair aan de template-streng van een coderende DNA-sequentie

Het DNA-molecuul is een keten van nucleotiden met vier verschillende stikstofbasen, adenine (A), cytosine (C), guanine (G) en thymine (T). Bij de transcriptie wordt de nucleotidevolgorde overgeschreven naar een RNA. Bij een eiwitcoderende sequentie is dat een messenger-RNA (mRNA). In het RNA wordt de base uracil (U) gebruikt in plaats van thymine (T).

Transcriptie van eukaryoten is een sterk gereguleerd proces. Om de transcriptie op gang te brengen (initiatie) moeten transcriptiefactoren (regulerende eiwitten) binden aan het DNA. Vóór het gen, in de promoter-regio, zijn daarvoor specifieke transcriptiefactorbindingsplaatsen aanwezig. Eén van de algemene transcriptiefactoren is TFIID, die bindt aan de TATA-box (een AT-rijke sequentie in de proximale promoter) en met RNA-polymerase een pre-initiatiecomplex vormt. Vervolgens zijn meerdere specifieke transcriptiefactoren nodig die vaak via een signaaltransductieroute worden geactiveerd. Hierdoor kan de genexpressie afgestemd worden op een uitwendig signaal.

Naast deze transcriptiefactoren kunnen zogenaamde “enhancers” de expressie verder versterken. Sommige van deze regulerende eiwitten binden aan een DNA-segment dat ver verwijderd is van de promoter, maar dat via een wijde lus in het DNA betrokken wordt bij de transcriptie-initiatie. Uiteindelijk gaat het RNA-polymerase de dubbele helix plaatselijk ontwinden, te beginnen bij de initiatieplaats, die nog een stukje vóór het open leesraam van het af te schrijven gen ligt.

RNA-polymerase leest het DNA in de 3’ –> 5’ richting. Deze streng heet de “template”-streng. Het mRNA-molecuul wordt dus verlengd in de 5’ –> 3’ richting. De transcriptie gaat door totdat een terminatiesequentie is bereikt die voorbij het stopcodon van het open leesraam ligt.