Wat is de betekenis van complementair?

2024-07-14
Prisma Groot Woordenboek Nederlands

Unieboek | Het Spectrum (2024)

2024-07-14
Nederlandstalige WikiWoordenboek

Wiktionary (2019)

complementair

complementair - Bijvoeglijk naamwoord 1. aanvullend (ook (medisch)) In een additief kleursysteem, met lichtmenging, wordt het mengsel van twee complementaire kleuren wit Woordherkomst afgeleid van het Franse complémentaire (met het voorvoegsel com-) met het achtervoegsel -air

2024-07-14
Muiswerk Educatief

Muiswerk Educatief (2017)

complementair

complementair - bijvoeglijk naamwoord uitspraak: com-ple-men-tair 1. die elkaar aanvullen ♢ zij hebben complementaire eigenschappen 1. complementaire kleuren [die wit maken, als je ze mengt]...

2024-07-14
Woordenboek vreemde woorden

A. Kolsteren en Ewoud Sanders (1994)

Complementair

[Fr. complémentaire] aanvullend; complementaire kleuren, kleuren die in juiste menging wit opleveren; complementair vennoot, beherend vennoot in commanditaire vennootschap.

2024-07-14
Vreemd Nederlands

Jan Meulendijks (1993)

Complementair

(komplementair) aanvullend

2024-07-14
De vreemde woorden

Fokko Bos, Dr. O. Noordenbos (1955)

Complementair

aanvullend ; complementaire dag: de schrikkeldag om de vier jaren (29 februari) ; complementaire kleuren: kleuren, die, vermengd, een nieuwe vormen, bijv. blauw en geel tot groen.

2024-07-14
Eerste Medisch Systematische Ingerichte Encyclopedie

Uitgeversmaatschappij A. Manteau N.V. (1954)

Complementair

aanvullend, iets compleet makend, bijkomend.

2024-07-14
Groot woordenboek der Nederlandse taal

Van Dale Uitgevers (1950)

Complementair

(Fr.), bn., aanvullend: complementaire hoeken; — complementaire kleuren, die samen wit doen ontstaan, zoals rood en groen of geel en violet; complementair vennoot, handelend, beherend, werkend vennoot; — (econ.) complementaire goederen, die goederen die slechts te zamen een behoeft...

Wil je toegang tot alle 20 resultaten?

Ja, ik word vriend van Ensie!
2024-07-14
Vreemde woorden in de natuurkunde en namen der chemische elementen

Prof. Dr. P.H. van Laer (1949)

Complementair

(= Fr. complémentaire = aanvullend; Lat. compleméntum = aanvulsel; complére = vullen, aanvullen; < com(2), 't plére = vullen). (Elkander) aanvullend; b.v. complementaire kleur.