Beeldenstorm betekenis & definitie

De beeldenstorm in 1566 was het moment waarbij het protest tegen de katholieke heerschappij tot fysieke uiting kwam. Protestanten gingen de kerken in om deze te ontdoen van de beelden en andere kostbaarheden. Dit was vooral om de kerken te zuiveren en klaar te maken voor de protestantse eredienst.

Het katholieke regime van Filips II verbood elke ander religie, dus de protestanten waren genoodzaakt om zich buiten de stadsmuren te verzamelen voor zogenaamde hagenpreken. Op 10 augustus 1566 kreeg een fanatiek Calvinistische preek bij het dorp Steenvoorde een nog fanatieker gevolg. De toehoorders trokken een nabijgelegen kloosterkerk in om deze te ontdoen van 'paapse afgodenbeelden'.
De actie op zichzelf had een religieuze beweegreden, maar had ook een symbolische waarde van verzet tegen het harde regime, waarin andersdenkenden als ketters werden vervolgd. Er kwam navolging in veel andere dorpen en op den duur bereikte de beeldenstorm ook de grote steden als Amsterdam, Utrecht en Leiden. In het 'wonderjaar' 1566 was tijdelijk sprake van godsdienstvrijheid, maar toen de Spaanse koning genoeg vermogen bij elkaar verzameld had om een oorlog aan te gaan deed deze dat ook onmiddellijk. De Hertog van Alva werd met een leger naar de Nederlanden gestuurd en de tachtigjarig oorlog begon.

Gepubliceerd op 03-03-2013