Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

Gepubliceerd op 14-11-2017

versieren

betekenis & definitie

versieren - regelmatig werkwoord
uitspraak: ver-sie-ren

1. ervoor zorgen dat het er komt
hij heeft weer een paar vrije dagen versierd
2. er feestelijk uit laten zien
♢ we versieren de kamer met slingers
3. hem zover krijgen dat hij wil vrijen
♢ zij heeft haar baas versierd

Regelmatig werkwoord: ver-sie-ren
ik versier
jij/u versiert
hij/zij versiert
wij/zij/jullie versieren
ik/jij/u/hij/zij versierde
wij/zij/jullie versierden
hij heeft versierd
de/het/een versierde ....
versierend, versierende

Synoniemen
oppimpen, optuigen, pimpen, ritselen, tooien