veld betekenis & definitie

veld - zelfstandig naamwoord

1. onbebouwd land buiten stad of dorp
♢ op het veld bij de rivier kon je voetballen
1. hij is in geen velden of wegen te bekennen
[nergens te zien]
2. terrein met speciaal doel
♢ voetbalveld

Algemene uitdrukkingen:
1. het veld ruimen
[je terugtrekken nadat je verloren hebt]
2. veld winnen
[meer aanhangers krijgen]
3. zij is uit het veld geslagen
[in verwarring, onzeker]
4. vallen op het veld van eer
[sneuvelen in de strijd]
5. uit het veld
[uit de praktijk]
Zelfstandig naamwoord: veld
het veld
de velden
het veldje