Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

Gepubliceerd op 14-11-2017

uitgeteld

betekenis & definitie

uitgeteld - bijvoeglijk naamwoord
uitspraak: uit-ge-teld

1. aan het eind van je krachten, heel erg moe
♢ uitgeteld lag ik na die lange wandeling op de bank
2. wie alle moed verloren heeft
♢ ik ben uitgeteld en heb geen hoop meer
3. neergeslagen en niet binnen tien tellen weer opgestaan
♢ de bokser lag uitgeteld in de ring

Bijvoeglijk naamwoord: uit-ge-teld
de/het uitgetelde ...

Synoniemen
afgepeigerd, bekaf, doodmoe, doodop, gaar, kapot, leeg, lens, uitgeput, verslagen