Wat is de betekenis van Twee?

2019
2020-11-30
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

twee

twee - Hoofdtelwoord 1. getal tussen een|één en drie, in Arabische cijfers 2, in Romeinse cijfers II twee - Zelfstandignaamwoord 1. het getal twee Hij had veel onvoldoendes, drie tweeën en een drie. We waren met z'n tweetjes.

Lees verder
2018
2020-11-30
Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

twee

twee - telwoord, zelfstandig naamwoord 1. telwoord dat na 'een' komt ♢ er waren twee personen: Jan en Jantien 1. symbool waarmee het getal 2 wordt voorgesteld ♢ als rugnummer had Duncan een twee op zijn rug...

Lees verder
2017
2020-11-30
Matrozen en mariniers

Jargon & Slang van Matrozen en mariniers

Twee

aanspreekvorm voor een tweede stuurman.

1998
2020-11-30
Woordenboek van populaire uitdrukkingen

Marc De Coster ©, 1998

Twee

1. aan/van - kanten bespeelbaar, biseksueel. Deze schertsende uitdr. zinspeelt op de termen grammofoonplaat en elpeetje, onder homoseksuelen al gebruikt in het interbellum voor een biseksueel persoon. Vgl. ook 4 en gelijkaardige uitdr. in andere talen: Duits ein Doppelleben führen; F rans marcher d voile et d vapeur; être bique et bouc; Engels to b...

Lees verder
1997
2020-11-30
Vloeken

Prof. dr. P.G.J. van Sterkenburg: Vloeken, een cultuurbepaalde reactie op woede, irritatie en frustratie (SDU, 2001).

twee

Substituut voor het Franse Dieu. Komt vooral voor als tweede element in bastaardvloeken. Bijvoorbeeld in nondetwee. Het verzacht de uitroep van woede, frustratie en irritatie.

1973
2020-11-30
Oosthoek Encyclopedie

De Oosthoek is een Nederlandse encyclopedie die in verschillende uitvoeringen is verschenen

twee

I. telw., 1. hoofdtelw., één plus één; pregn. als tijdbep.: het is kwart voor —; jij en ik zijn —, wij denken er niet gelijk over; 2. voor twee personen of zaken: iets in tweeën breken; van tweeën één, een van beide moet gebeuren of aangenomen worden; hij deed het in tweeën; 3. ra...

Lees verder
1898
2020-11-30
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Twee

Het begrip twee heeft 2 verschillende betekenissen: 1. twee - twee - telw. hoofd- of grondgetal : één plus één: een geheel heeft twee halven; dat kost twee gulden ; (spr.) zeggen en doen zijn twee, tusschen zeggen en doen is nog een groot verschil; — men kan geen twee heeren dienen, zie heer; — het zijn twe...

Lees verder