truc betekenis & definitie

truc - zelfstandig naamwoord

1. slimme, handige manier om iets te doen
ik weet wel een trucje voor het opvouwen van die hoeslakens
1. ik heb zijn trucjes door
[zijn manier om dingen voor elkaar te krijgen]

Zelfstandig naamwoord: truc
de truc
de trucs
het trucje

Synoniemen
truuk