Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

Gepubliceerd op 14-11-2017

structuur

betekenis & definitie

structuur - zelfstandig naamwoord
uitspraak: struc-tuur

1. hoe iets in elkaar zit
hoe is de structuur van de bodem in dat gebied?

Zelfstandig naamwoord: struc-tuur
de structuur
de structuren
het structuurtje

Synoniemen
opbouw