Wat is de betekenis van structuur?

2019
2021-05-09
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

structuur

structuur - Zelfstandignaamwoord 1. de interne opmaak van een geheel Wat is de structuur van dat blad? 2. de manier waarop een samengesteld geheel is opgebouwd Verwante begrippen opbouw, samenstelling, textuur, weefsel, structureren

Lees verder
2018
2021-05-09
Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

structuur

structuur - zelfstandig naamwoord uitspraak: struc-tuur 1. hoe iets in elkaar zit ♢ hoe is de structuur van de bodem in dat gebied? Zelfstandig naamwoord: struc-tuur de structuur de stru...

Lees verder
2017
2021-05-09
Laat maar zien

Laat maar zien - Didactiek voor beeldend onderwijs

Structuur

Opbouw of bouwwijze van objecten.

2017
2021-05-09
ZienderOgenKunst

Begrippenlijst uit ZienderOgenKunst

Structuur

Aan de oppervlakte van het materiaal kun je zien hoe het ontstaan is. Bijvoorbeeld een patroon van kant.

2002
2021-05-09
Lexicon voor de kunstvakken

Verklaringen van woorden die gebruikt worden in teksten over kunst.

structuur

De structuur is: 1) alg.: opbouw; samenstelling; de manier waarop kleinere delen tot één groot geheel zijn samengevoegd of georganiseerd, bijv. de structuur van suiker bestaat uit kristallen, klei uit plaatjes; 2) (beeldend): het woord structuur beschrijft iedere eigenschap van het oppervlak, die laat zien hoe het ruwe materiaal of de grondstof ont...

Lees verder
1994
2021-05-09
Vreemde woorden

Woordenboek vreemde woorden

Structuur

[Lat. structura, van struere, structum = in rijen neerleggen (vgl. sternere = uitspreiden), in lagen op elkaar leggen, opstapelen, bouwen] bouw, wijze van samenstelling uit onderdelen.

1993
2021-05-09
Vreemd Nederlands

Vreemd Nederlands

Structuur

(struktuur) bouw; inwendige bouw van een stof; wijze van rangschikking

1992
2021-05-09
Gesprekken in organisaties

Gesprekken in organisaties

structuur

Hoeveelheid informatie ordenen.

1990
2021-05-09
Art & Architecture Thesaurus

Art & Architecture Thesaurus

structuur

structuur - De elementen of delen van een entiteit en hun onderlinge relaties, vaak met betrekking tot de manier waarop ze zijn georganiseerd of opgebouwd.

1981
2021-05-09
zelfstudie

Encyclopedie voor Zelfstudie

structuur

wijze waarop iets is samengesteld, innerlijke bouw: de structuur van een maatschappij, van een taal, van een gebouw, enz.

1965
2021-05-09
Lexicon van de Psychologie

N.Sillamy

STRUCTUUR

(Latijn: struere = bouwen), manier waarop de delen van een geheel onderling zijn ingericht. In deze zin spreekt men zowel van de structuur van een bouwwerk of van het organisme (Goldstein) als van die van een sociale groep of gedrag (-> Merleau-Ponty).

1955
2021-05-09
vreemd

Vreemde woordenboek

Structuur

bouw, samenstelling

1954
2021-05-09
Medisch

Eerste Medisch Systematische Ingerichte Encyclopedie

Structuur

de wijze waarop de voornaamste delen van iets in elkaar zitten.

1950
2021-05-09
Groot woordenboek der Nederlandse taal - 1950

Nederlands woordenboek (7e druk)

Structuur

(<Fr.), v. (...turen), 1. inwendige bouw van een stof: de structuur van hout, van papier; — (scheik.) wijze waarop de atomen in een molecuul ten opzichte van elkaar gerangschikt zijn; (kristallografie) wijze waarop de atomen gerangschikt zijn in een kristal; 2. wijze waarop een massa uit deeltjes of lagen is opgebouwd: de structu...

Lees verder
1940
2021-05-09
Economische encyclopedie 1940

Economische encyclopedie (1940), samengesteld door D.C. van der Poel. Gepubliceerd door Uitgeversmaatschappij W. de Haan N.V. Utrecht.

Structuur

is in de economie de verhouding der productiekrachten. S.veranderingen beteekenen in de regel een qualitatieve en min of meer duurzame wijziging als gevolg van vooruitgang van de techniek, het verdwijnen en opkomen van nieuwe markten, verkeersroutes, enz., in tegenstelling tot de conjunctuur, die meer quantitatieve en tijdelijke wijzigingen teweeg...

Lees verder
1933
2021-05-09
Katholieke Encyclopaedie

25 delen, uitgegeven 1933-1939. Uitgeverij Joost van den Vondel te Amsterdam.

Structuur

1° (geol.) de rangschikking en de onderlinge betrekking van de mineralen in een gesteente, voor zoover deze een gevolg is van de omstandigheden, waaronder zij gevormd zijn, in tegenstelling tot textuur, die een gevolg is van latere uitwendige invloeden; bijv. druk. Jong. 2° (Landb.) Onder structuur verstaat men de ligging der gronddeeltjes...

Lees verder
1916
2021-05-09
Technisch woordenboek

H.J. van Eyk

Structuur

Bouw, samenstelling.

1916
2021-05-09
Oosthoek 1916

Nederlandse encyclopedie, uitgegeven van 1916-1925.

Structuur

Structuur - van den bodem. Hieronder verstaat men de onderlinge rangschikking der bodemdeeltjes. Men onderscheidt korrel- en kruimel-s. Bij de laatste zijn de afzonderlijke korrels door adhesie (op kleigronden) of door een bindmiddel (b.v. humus) op zandgronden tot kleinere en grootere kruimels samengevoegd. De korrel-s. is voor den grond een ongew...

Lees verder
1898
2021-05-09
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Structuur

Structuur - v. (...turen), bouw, bouworde, bouwtrant, stijl; inz. bouw der aardgesteenten, wijze waarop zij opgehoopt zijn.

1864
2021-05-09
Beknopt kunstwoordenboek

Beknopt kunstwoordenboek, I.M. Calisch (1864)

structuur

structuur - v. gmv. bouw, bouworde, bouwtrant, stijl