Wat is de betekenis van structuur?

2019
2022-10-06
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

structuur

structuur - Zelfstandignaamwoord 1. de interne opmaak van een geheel Wat is de structuur van dat blad? 2. de manier waarop een samengesteld geheel is opgebouwd Verwante begrippen opbouw, samenstelling, textuur, weefsel, structureren

Lees verder
2018
2022-10-06
Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

structuur

structuur - zelfstandig naamwoord uitspraak: struc-tuur 1. hoe iets in elkaar zit ♢ hoe is de structuur van de bodem in dat gebied? Zelfstandig naamwoord: struc-tuur de structuur de stru...

Lees verder
2017
2022-10-06
Laat maar zien

Laat maar zien - Didactiek voor beeldend onderwijs

Structuur

Opbouw of bouwwijze van objecten.

2017
2022-10-06
ZienderOgenKunst

Begrippenlijst uit ZienderOgenKunst

Structuur

Aan de oppervlakte van het materiaal kun je zien hoe het ontstaan is. Bijvoorbeeld een patroon van kant.

2002
2022-10-06
Lexicon voor de kunstvakken

Verklaringen van woorden die gebruikt worden in teksten over kunst.

structuur

De structuur is: 1) alg.: opbouw; samenstelling; de manier waarop kleinere delen tot één groot geheel zijn samengevoegd of georganiseerd, bijv. de structuur van suiker bestaat uit kristallen, klei uit plaatjes; 2) (beeldend): het woord structuur beschrijft iedere eigenschap van het oppervlak, die laat zien hoe het ruwe materiaal of de grondstof ont...

Lees verder
1994
2022-10-06
Vreemde woorden

Woordenboek vreemde woorden

Structuur

[Lat. structura, van struere, structum = in rijen neerleggen (vgl. sternere = uitspreiden), in lagen op elkaar leggen, opstapelen, bouwen] bouw, wijze van samenstelling uit onderdelen.

1993
2022-10-06
Vreemd Nederlands

Jan Meulendijks

Structuur

(struktuur) bouw; inwendige bouw van een stof; wijze van rangschikking

1992
2022-10-06
Gesprekken in organisaties

Gesprekken in organisaties

structuur

Hoeveelheid informatie ordenen.

1990
2022-10-06
Art & Architecture Thesaurus

Art & Architecture Thesaurus

structuur

structuur - De elementen of delen van een entiteit en hun onderlinge relaties, vaak met betrekking tot de manier waarop ze zijn georganiseerd of opgebouwd.

1981
2022-10-06
Zelfstudie

Encyclopedie voor Zelfstudie

structuur

wijze waarop iets is samengesteld, innerlijke bouw: de structuur van een maatschappij, van een taal, van een gebouw, enz.

1965
2022-10-06
Lexicon van de Psychologie

N.Sillamy

STRUCTUUR

(Latijn: struere = bouwen), manier waarop de delen van een geheel onderling zijn ingericht. In deze zin spreekt men zowel van de structuur van een bouwwerk of van het organisme (Goldstein) als van die van een sociale groep of gedrag (-> Merleau-Ponty).

1955
2022-10-06
Vreemd woordenboek

Vreemde woorden woordenboek

Structuur

bouw, samenstelling

1954
2022-10-06
Agrarisch

Agrarisch Encyclopedie

Structuur

1. (bodemk.) Omdat we onder de s. de ruimtelijke rangschikking van de bodemcomponenten verstaan (z. Bodemstructuur), komt s.verbetering neer op een herordening in die zin, dat het poriënvolume wordt vergroot, de waterhuishouding wordt vergemakkelijkt en de luchttoetreding tot de plantenwortels wordt verbeterd (kruimelstructuur). Mechanisch kan...

Lees verder
1954
2022-10-06
Medisch Encyclopedie 1954

Eerste Medisch Systematische Ingerichte Encyclopedie

Structuur

de wijze waarop de voornaamste delen van iets in elkaar zitten.

1950
2022-10-06
Groot woordenboek der Nederlandse taal

Nederlands woordenboek (7e druk - 1950)

Structuur

(<Fr.), v. (...turen), 1. inwendige bouw van een stof: de structuur van hout, van papier; — (scheik.) wijze waarop de atomen in een molecuul ten opzichte van elkaar gerangschikt zijn; (kristallografie) wijze waarop de atomen gerangschikt zijn in een kristal; 2. wijze waarop een massa uit deeltjes of lagen is opgebouwd: de structu...

Lees verder
1947
2022-10-06
Winkler Prins Encyclopedie

Winkler Prins 1947

Structuur

wordt in de natuurwetenschappen in diverse betekenissen gebruikt, a. De structuur der moleculen is de wijze, waarop het molecuul is opgebouwd uit de atomen. Speciaal voor organische verbindingen is de molecuulstructuur van grote invloed op de eigenschappen van het molecuul (z isomerie en stereochemie). b. de structuur der ...

Lees verder
1940
2022-10-06
Economische encyclopedie 1940

Economische encyclopedie (1940), samengesteld door D.C. van der Poel. Gepubliceerd door Uitgeversmaatschappij W. de Haan N.V. Utrecht.

Structuur

is in de economie de verhouding der productiekrachten. S.veranderingen beteekenen in de regel een qualitatieve en min of meer duurzame wijziging als gevolg van vooruitgang van de techniek, het verdwijnen en opkomen van nieuwe markten, verkeersroutes, enz., in tegenstelling tot de conjunctuur, die meer quantitatieve en tijdelijke wijzigingen teweeg...

Lees verder
1937
2022-10-06
Koenen woordenboek 1937

M. J. Koenen's Verklarend handwoordenboek

structuur

v. structuren (Fr. structure, Lat. structura: bouw, bouwtrant; samenstelling [v. gesteenten]; samenvoeging, schikking): de structuur van een Moors paleis; de structuur ener taal.

1933
2022-10-06
Katholieke Encyclopaedie

25 delen, uitgegeven 1933-1939. Uitgeverij Joost van den Vondel te Amsterdam.

Structuur

1° (geol.) de rangschikking en de onderlinge betrekking van de mineralen in een gesteente, voor zoover deze een gevolg is van de omstandigheden, waaronder zij gevormd zijn, in tegenstelling tot textuur, die een gevolg is van latere uitwendige invloeden; bijv. druk. Jong. 2° (Landb.) Onder structuur verstaat men de ligging der gronddeeltjes...

Lees verder
1916
2022-10-06
Technisch woordenboek

H.J. van Eyk

Structuur

Bouw, samenstelling.