staal betekenis & definitie

staal - zelfstandig naamwoord

1. heel hard ijzer
dit schip heeft een romp van staal
1. zo hard als staal
[heel hard]
2. het staal wordt in het vuur gehard
[tegenslag maakt mensen sterker]
2. klein stukje van een stof, dat als voorbeeld dient
♢ ze lieten ons in de winkel stalen van gordijnstof zien
1. hij toonde ons een staaltje van zijn kunnen
[liet zien hoe goed hij het kon]
2. een sterk staaltje
[een knappe prestatie]

Zelfstandig naamwoord: staal
het staal
de stalen
het staaltje