Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

Gepubliceerd op 14-11-2017

schoppen

betekenis & definitie

schoppen - regelmatig werkwoord
uitspraak: schop-pen

1. er een harde stoot met je voet tegen geven
hij schopte de bal in het doel
1. hij zal het nog ver schoppen
[zal veel bereiken]
2. ergens tegenaan schoppen
[er steeds kritiek op hebben]

Algemene uitdrukkingen:
1. herrie schoppen
[lawaai maken]
Regelmatig werkwoord: schop-pen
ik schop
jij/u schopt
hij/zij schopt
wij/zij/jullie schoppen
ik/jij/u/hij/zij schopte
wij/zij/jullie schopten
hij heeft geschopt
de/het/een geschopte ....
schoppend, schoppende

Synoniemen
trappen