Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

Gepubliceerd op 14-11-2017

ruil

betekenis & definitie

ruil - zelfstandig naamwoord

1. overgave van het een tegen het ander
♢ Wilhelm stelde een ruil voor: ik jouw fiets en jij mijn step
1. een goede ruil doen
[meer ontvangen dan je geeft]
2. in ruil voor
[dat moet je ervoor inleveren]

Zelfstandig naamwoord: ruil

Synoniemen
uitwisseling, wisseling