Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

Gepubliceerd op 14-11-2017

plukken

betekenis & definitie

plukken - regelmatig werkwoord
uitspraak: pluk-ken

1. van een plant of boom af halen
buurman Van Heteren plukt de pruimen uit de boom
1. iemand plukken
[hem zijn geld of bezit afnemen]
2. pluk de dag
[geniet van het heden, denk niet aan de zorgen van later]
2. de veren eraf halen
♢ de poelier plukt de kip

Regelmatig werkwoord: pluk-ken
ik pluk
jij/u plukt
hij/zij plukt
wij/zij/jullie plukken
ik/jij/u/hij/zij plukte
wij/zij/jullie plukten
hij heeft geplukt
de/het/een geplukte ....
plukkend, plukkende