Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

Gepubliceerd op 14-11-2017

plannen

betekenis & definitie

plannen - regelmatig werkwoord
uitspraak: plen-nen

1. ergens een plan of opzet voor maken
zo'n reis door Azië moet je goed plannen

Regelmatig werkwoord: plen-nen
ik plan
jij/u plant
hij/zij plant
wij/zij/jullie plannen
ik/jij/u/hij/zij plande
wij/zij/jullie planden
hij heeft gepland
de/het/een geplande ....