Wat is de betekenis van plannen?

2022
2022-05-17
vindpunt

Vindpunt.nl

plannen

(werkwoord) [alg.] uitstippelen; voorbereiden; inroosteren - Voor we vertrokken, hadden we de reisroute precies uitgestippeld. - De experts hadden de toetsing van het coronavolgprogramma goed voorbereid. Behalve dat ze alleen IPhone-programma's konden openen. - De afspraak was ingeroosterd rond koffietijd, maar er kwam iets tussen.

Lees verder
2018
2022-05-17
Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

plannen

plannen - regelmatig werkwoord uitspraak: plen-nen 1. ergens een plan of opzet voor maken ♢ zo'n reis door Azië moet je goed plannen Regelmatig werkwoord: plen-nen ik plan jij/u plant...

Lees verder
2008
2022-05-17
Praktische Economie havo 3

Begrippenlijst uit Praktische Economie havo 3

plannen

Het uitwerken van de doelstellingen met een tijdschema.

2008
2022-05-17
Praktische economie vwo 3

BEGRIPPENLIJST UIT PRAKTISCHE ECONOMIE VWO 3

plannen

Het uitwerken van de doelstellingen met een tijdschema.

1993
2022-05-17
Vreemd Nederlands

Jan Meulendijks

Plannen

een plan maken

1978
2022-05-17
Germanismen in het Nederlands

Dr. S. Theissen

Plannen

‘De tweede zitting ... die voor volgende week woensdag is gepland.’ (Het Parool, 11.10.72, p. 1) Enkele puristen, bijv. Heidbuchel, beschouwen plannen als een germanisme (D. ‘planen’) voor ‘beramen, projecteren’ : ‘het geplande uitstapje, het geplande kanaal’. Volgens de meeste woordenboeken is het e...

Lees verder
1973
2022-05-17
Oosthoek Encyclopedie

Nederlandse encyclopedie

plannen

[Eng.], (plande, heeft gepland), ontwerpen, een plan of concept maken voor.