opsteken betekenis & definitie

opsteken - onregelmatig werkwoord
uitspraak: op-ste-ken

1. ervoor zorgen dat je iets kunt of weet
♢ ik heb veel opgestoken op deze school
2. laten branden om op te roken
♢ Maikel steekt een sigaret op
3. beginnen te waaien
♢ 's avonds stak er een storm op

Onregelmatig werkwoord: op-ste-ken
ik steek op (... ik opsteek)
jij/u steekt op (... jij opsteekt)
hij/zij steekt op (... hij opsteekt)
wij/zij/jullie steken op (... wij opsteken)
ik/jij/u/hij/zij stak op (... ik opstak)
wij/zij/jullie staken op (... wij opstaken)
hij heeft opgestoken
de/het/een opgestoken ....
opstekend, opstekende

Synoniemen
aanleren, leren

Tegenstellingen
afleren