Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

Gepubliceerd op 14-11-2017

openmaken

betekenis & definitie

openmaken - regelmatig werkwoord
uitspraak: o-pen-ma-ken

1. iemand behandelen via een opening in het lichaam
♢ de chirurg moest de buik openmaken
2. zorgen dat je erin of erbij kunt
♢ ongeduldig maakte Wanda het pakje open

Regelmatig werkwoord: o-pen-ma-ken
ik maak open (... ik openmaak)
jij/u maakt open (... jij openmaakt)
hij/zij maakt open (... hij openmaakt)
wij/zij/jullie maken open (... wij openmaken)
ik/jij/u/hij/zij maakte open (... ik openmaakte)
wij/zij/jullie maakten open (... wij openmaakten)
hij heeft opengemaakt
de/het/een opengemaakte ....

Synoniemen
aanboren, ontsluiten, opendoen, openen, openstellen, opereren

Tegenstellingen
dichtdoen, sluiten, toedoen