Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

Gepubliceerd op 14-11-2017

2017-11-14

oogsten

betekenis & definitie

oogsten - regelmatig werkwoord
uitspraak: oog-sten

1. producten van het land of van de boom halen
♢ de druivenoogst begint in september
1. lof, bijval oogsten
[die krijgen]

Regelmatig werkwoord: oog-sten
ik oogst
jij/u oogst
hij/zij oogst
wij/zij/jullie oogsten
ik/jij/u/hij/zij oogstte
wij/zij/jullie oogstten
hij heeft geoogst
de/het/een geoogste ....