nachtzwaluw - zelfstandig naamwoord
uitspraak: nacht-zwa-luw
1. nacht- en trekvogel die op een zwaluw lijkt, maar zo groot is als een tortelduif
♢ er nestelen verschillende nachtzwaluwen in die oude schuur
Zelfstandig naamwoord: nacht-zwa-luw
de nachtzwaluw
de nachtzwaluwen
het nachtzwaluwtje
Studenten en medewerkers van onderwijsinstellingen hebben gratis toegang.
Ensie voor jouw (onderwijs)instelling? Bekijk de mogelijkheden.