Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

Gepubliceerd op 14-11-2017

lustig

betekenis & definitie

lustig - bijvoeglijk naamwoord
uitspraak: lus-tig

1. waarvan je in een goede stemming komt
ze speelden een lustig muziekje

Bijvoeglijk naamwoord: lus-tig
... is lustiger dan ...
de/het lustige ...

Synoniemen
aangenaam, fijn, goed, lekker, leuk, plezierig, prettig, senang

Tegenstellingen
akelig, onaangenaam