Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

Gepubliceerd op 14-11-2017

kanon

betekenis & definitie

kanon - zelfstandig naamwoord
uitspraak: ka-non

1. groot, zwaar vuurwapen met een lange loop op een onderstel
♢ de soldaten schoten met kogels uit een kanon

Zelfstandig naamwoord: ka-non
het kanon
de kanonnen