kachel betekenis & definitie

kachel - zelfstandig naamwoord, bijvoeglijk naamwoord
uitspraak: ka-chel

1. apparaat waarmee je een huis verwarmt
♢ warm je koude handen maar bij de kachel

1. als je onder invloed van alcohol niet meer goed kunt staan, lopen, denken
♢ na die fles wijn was ik wel kachel

Zelfstandig naamwoord: ka-chel
de kachel
de kachels
het kacheltje

Synoniemen
haard

Bijvoeglijk naamwoord: ka-chel

Synoniemen
beschonken, bezopen, dronken, lam, onbekwaam, zat

Tegenstellingen
nuchter