2020-04-03

Kachel

dronken; half kachelis ‘aangeschoten’. De uitdr. komt al voor bij Koster Henke, die ook een gelijkaardige Bargoense uitdr. vermeldt: de brand hebben.Wellicht moet bij beide zegswijzen gedacht worden aan de verhitte toestand waarin een dronkaard verkeert. Stoett en Huizinga menen evenwel ook een verband te zien met de synonieme uitdr. (eveneens uit het begin van deze eeuw) gepoetst ‘glimmend, glad’ en vandaar ook: in de olie; hem vet hebben (hangen),in de volkstaal gebruikt in de zin van ‘dronken...

2020-04-03

Kachel

Kachel zijn - betekent; dronken of stomdronken zijn.

2020-04-03

kachel

kachel - zelfstandig naamwoord, bijvoeglijk naamwoord uitspraak: ka-chel 1. apparaat waarmee je een huis verwarmt ♢ warm je koude handen maar bij de kachel 1. als je onder invloed van alcohol niet meer goed kunt staan, lopen, denken ♢ na die fles wijn was ik wel kachel Zelfstandig naamwoord: ka-chel ...

2020-04-03

kachel

kachel - Zelfstandignaamwoord 1. een apparaat waarin energie wordt omgezet in warmte met de bedoeling een ruimte te verwarmen De kachel had de hele nacht aangestaan. kachel - Bijvoeglijk naamwoord 1. (informeel) dronken Ik ben kachel. Synoniemen bezopen, lazarus, teut, zat Verwante begrippen allesbrander, centrale verwarming, radiator, warmtekanon, verbranding

2020-04-03

kachel

Dronken. In deze betekenis reeds bij Koster Henke, die een gelijkaardige Bargoense uitdrukking vermeldt: ‘de brand hebben’. Wellicht moet bij beide uitdrukkingen gedacht worden aan de verhitte toestand waarin een dronkaard verkeert. Bij kachel wordt de associatie gelegd van ‘heet, rood en de opvliegendheid van de dronkaard’. Stoett en Huizinga menen evenwel ook een verband te zien met de synonieme uitdrukking (eveneens uit het begin van deze eeuw) ‘gepoetst’ (glimmend, glad) en vandaar ook ‘in d...

2020-04-03

Kachel

KACHEL, v. (-s), ijzeren toestel ter verwarming van vertrekken : de kachel stoken; bij de kachel zitten. KACHELTJE, o. (-s).

2020-04-03

kachel

kachel - (argot), stomdronken.

2020-04-03

kachel

kachel - Verplaatsbare of vaste apparaten die hitte leveren voor verwarming en/of om te koken, gewoonlijk door gebruik te maken van kolen, olie, gas, hout of elektriciteit.

2020-04-03

kachel

stomdronken.

2020-04-03

Kachel

Pijproker met trek. — Toestand, ontstaan door te veel trek (in alcohol).

2020-04-03

kachel

zie moeder, uitpissen.

2020-04-03

Kachel

➝ Verwarming.