frisheid - zelfstandig naamwoord
uitspraak: fris-heid
1. het koel zijn
♢ de frisheid van dit weer bevalt me niet
2. het schoon zijn
♢ na een poetsbeurt geniet ik van de frisheid van mijn kamer
3. het krachtig en sterk zijn
♢ de frisheid van die voetballer is opvallend
Zelfstandig naamwoord: fris-heid
de frisheid
Synoniemen
koelte
Studenten en medewerkers van onderwijsinstellingen hebben gratis toegang.
Ensie voor jouw (onderwijs)instelling? Bekijk de mogelijkheden.