Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

Gepubliceerd op 14-11-2017

dof

betekenis & definitie

dof - bijvoeglijk naamwoord

1. niet helder klinkend
ik hoorde een doffe bons
2. zonder glans
♢ de verf is helemaal dof geworden
3. stilletjes, niet levendig
♢ oma Lieke heeft de laatste tijd een doffe blik

Algemene uitdrukkingen:
1. doffe ellende
[ernstige ellende]
Bijvoeglijk naamwoord: dof
... is doffer dan ...
het dofst
de/het doffe ...
iets dofs

Synoniemen
gedempt, mat, vermoeid, versuft

Tegenstellingen
helder, levendig