Wat is de betekenis van Dat?

2026-06-17
Groot woordenboek der Nederlandse taal

Van Dale Uitgevers (1950)

Dat

(mv. die), I. vnw., 1. aanw. vn. voor het onz. geslacht, zelfst. en bijv., wijst iets aan dat zich niet in de onmiddellijke nabijheid des sprekers bevindt: dat dorp is Voorburg; dat (hetgeen gij daar ziet) is Voorburg ; — ook gebruikt als men iets niet nader specificeren wil: hij heeft dat en dat gezegd; — wijst terug op iets dat tevor...