Wat is de betekenis van dan?

2019
2021-06-25
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

dan

dan - Bijwoord 1. een tijdstip in de toekomst     ♢ Het is morgen de twaalfde. Hij zei dat hij dan zou komen. 2. daarna, vervolgens     ♢ Eerst gaat hij ontbijten, dan gaat hij de krant lezen. 3. een woord zonder duidelijke betekenis     ♢ Heeft...

Lees verder
2018
2021-06-25
Instituut voor de Nederlandse Taal

Het Instituut voor de Nederlandse Taal is een breed toegankelijk wetenschappelijk instituut op het gebied van het Nederlands.

Dan

bij- en koosnaam van de Ierse wielrenner Daniel Martin (Cannondale-Garmin).

2018
2021-06-25
Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

dan

dan - bijwoord, voegwoord 1. na dat andere ♢ eerst tanden poetsen en dan naar bed 2. op die tijd ♢ tot vanmiddag, dan praten we verder! 1. tot dan! ...

Lees verder
2015
2021-06-25
Bijnamenboek Tour de France 2015

instituut voor de Nederlandse taal

Dan

Dan, bij- en koosnaam van de Ierse wielrenner Daniel Martin (Cannondale-Garmin).

1993
2021-06-25
Vreemd Nederlands

Jan Meulendijks

Dan

judograad

1981
2021-06-25
Zelfstudie

Encyclopedie voor Zelfstudie

Dan

Het judo kent zeven graden: wit, geel, oranje, groen, blauw, bruin en tenslotte zwart, die te herkennen zijn aan de kleur van de band die de judoka om het middel draagt. In de hoogste graad, het zwart, maakt men weer onderscheid tussen verschillende klassen: eerste dan, tweede dan, enz. De hoogste klasse hierbij is de tiende dan.

Lees verder
1973
2021-06-25
Oosthoek Encyclopedie

Nederlandse encyclopedie

dan

I. bw., 1. op een toekomstig tijdstip dat tevoren aangeduid is of uit het verhaal blijkt: morgen hebben we vakantie, — gaan we naar Scheveningen; hij schreef mij dat hij — en — zou komen, op die (door hem genoemde, maar nu door mij verzwegen) tijd; tol -, totdietijd;nu en -, van tijd tottijd;ook: in de genoemde omstandigheid: als...

Lees verder
1952
2021-06-25
Frysk Wurdboek

Friesch woordenboek

Dan

adv., dan; nu en —, út en troch, altomets, by nou en by dan; conj., as.

1950
2021-06-25
Groot woordenboek der Nederlandse taal - 1950

Nederlands woordenboek (7e druk)

Dan

I. bw., 1. op dat toekomstig tijdstip dat tevoren aangeduid is of uit het verband blijkt: morgen hebben we vacantie, dan gaan we naar Scheveningen; — hij schreef mij, dat hij dan en dan zou komen, op die (door hem genoemde, maar nu door mij verzwegen) tijd ; — tot dan, tot die tijd; — nu en dan, van tijd tot tijd; — ook : in...

Lees verder
1949
2021-06-25
De Kleine Winkler Prins

Kleine Winkler Prins van A-Z

Dan

één der stammen van Israël, beschouwd als nakomelingen van Jacobs vijfde zoon, uit het huwelijk van de stamvader met Bilha.

1933
2021-06-25
Iedereen

Encyclopedie voor Iedereen

Dan

een der 12 Joodsche stammen, genaamd n/d zoon v. Jacob.

1933
2021-06-25
Katholieke Encyclopaedie

25 delen, uitgegeven 1933-1939. Uitgeverij Joost van den Vondel te Amsterdam.

Dan

Dan - 1°zoon van Jacob, geboren uit de slavin Bala. 2°De stam Dan (Oude Test.) kreeg bij de verdeeling van Canaan het gebied tusschen Ephraïm, Benjamin, Juda en de Middellandsche Zee. Het gelukte den Danieten echter niet, hun geheele gebied te veroveren (Jud. 1.34), zoodat zij zich met de streek rondom Saraä en Esthaol moesten tev...

Lees verder
1926
2021-06-25
Christelijke encyclopedie

Geschreven onder redactie van theoloog F.W. Grosheide, 1925-1931

Dan

I. Zoon van Jacob bij Bilha. De naam beteekent rechter (Gen. 30 : 6). Met zinspeling hierop verzekert hem de zegen van Jacob (49 : 16 v.), dat hem, hoewel van een dienstmaagd geboren, toch ook de eer van het rechterambt ten deel zal vallen. Deze voorspelling is vervuld in Simson (Richt. 13 : 2). Toch vermoedt Jacob ook, dat de stam zelf, als Simso...

Lees verder
1898
2021-06-25
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Dan

DAN, bw. op dien (tevoren aangeduiden) tijd: morgen hebben we vacantie; dan gaan we naar Scheveningen; — vervolgens, daarna: eerst werken, dan spelen; — bovendien, daarbij hij bezit twee huizen in de stad en dan nog een lief buitentje; — in dit (te voren aangeduide) geval: hij is getrouwd en dan kan men niet doen wat men wil; &...

Lees verder
1898
2021-06-25
J.V. Hendriks

Handwoordenboek van Nederlansche Synoniemen 1898

Dan

zie Als.

1870
2021-06-25
Winkler Prins 1870

Nederlandse encyclopedie

Dan

Dan is de naam van één der 12 zonen van den aartsvader Jacob en van Rachel's dienstmaagd Bilha. De naar hem genoemde stam trok met ruim 60.000 strijdbare mannen over de Jordaan en ontving, volgens de beschikking van Jozua, zijn grondgebied aan de Middellandsche zee, ten oosten van Benjamin en Juda, ten noorden van Ephraïm, en ten zuiden van Simeon....

Lees verder